02-02-2026
‘Ik stond op mijn zesde al broodjes te smeren’
Lees verder
Geplaatst op: 02-02-2026
Als je 65, 67 of zelfs 69 bent, verwacht misschien niemand dat je nog met plezier achter de balie staat, pakketjes scant of zonnebanken schoonmaakt. Toch blijkt dat tankstations verrassend veel oudere medewerkers in dienst hebben én dat zij vaak tot de meest stabiele, loyale en klantgerichte krachten behoren. In dit verhaal vertellen expert Steven Stroet van Drive en drie medewerkers – Mariet, Rob en Bert – waarom doorwerken op latere leeftijd prima is.
Werken ná de AOW-leeftijd blijft voor veel werkgevers een onontgonnen terrein. Juridisch is het overzichtelijker dan gedacht, maar je moet wel weten hoe het werkt. Dat merkt Steven Stroet van het Drive secretariaat dagelijks. Hij krijgt geregeld telefoontjes van ondernemers die zeggen: ‘Mijn medewerker wordt binnenkort 67. Wat moet ik doen? Kan ik hem eigenlijk wel houden? En hoe zit dat met contracten en ziekte?’ Steven legt uit dat veel van die onzekerheid voortkomt uit onbekendheid, niet uit complexiteit. Het belangrijkste moment is de dag waarop iemand de AOW-leeftijd bereikt. Vanaf dat moment eindigt het dienstverband automatisch zonder ontslagprocedure. En juist dáár zit de vrijheid: werkgever en medewerker kunnen daarna opnieuw in gesprek en het werk op maat vormgeven.
Volgens Steven werkt dit in de praktijk verrassend goed. Als een medewerker na de AOW-leeftijd opnieuw wordt aangenomen, begint de zogeheten ketenregeling opnieuw. Waar een reguliere werknemer maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar mag ontvangen, mag een AOW-gerechtigde medewerker er zes krijgen in vier jaar. Dat geeft lucht, flexibiliteit en ruimte om jaarlijks te kijken hoe iemand ervoor staat. Bovendien is de loondoorbetalingsplicht bij ziekte teruggebracht tot zes weken, waardoor het risico voor de ondernemer kleiner is en de bereidheid groeit om oudere medewerkers door te laten werken. Daarnaast speelt mee dat veel oudere medewerkers geen leidinggevende rol meer willen of fysiek zwaardere taken willen verminderen. Werkgevers kunnen het takenpakket aanpassen zonder ingewikkelde regels of cao-uitzonderingen. Het draait om redelijkheid en maatwerk, zegt Steven. En dat lukt in de praktijk bijna altijd.
Dat maatwerk zie je terug bij Mariet Wolters, die inmiddels 69 jaar is en werkt bij het tankstation van de familie Geerlings-Teunissen in Reuver. Ze begon er in 1998, toen haar kinderen wat groter werden en ze toe was aan ander werk. Inmiddels is ze een soort ankerpunt voor de winkel én voor het dorp. Ze werkt twee vaste diensten per week: een maandagavonddienst van drie tot acht, en een woensdagochtenddienst van negen tot drie. Dat ritme past haar perfect. Ze weet wanneer ze klaarstaat voor klanten en wanneer ze oma is. Met twee dochters die allebei in drukke banen zitten, is die voorspelbaarheid een zegen. ‘Dat vind ik prettig,’ zegt ze. ‘Anders kun je niets plannen.’
Het tankstation waar Mariet werkt, is méér dan een plek om te tanken. Het is een dorpscentrum op kleine schaal. Je ziet er vaste klanten, buurtgenoten die even binnenlopen, mensen die hun pakketje komen halen, anderen die komen zonnebanken of een klein cadeautje kopen. Mariet vertelt dat er inmiddels zes zonnebankruimtes zijn. ‘Dat had ik nooit gedacht,’ zegt ze. ‘Toen we er één hadden, dacht ik al: wie komt daar nou voor? Maar het loopt als een tierelier.’ Ook de pakketdiensten zijn een belangrijk onderdeel geworden. DHL, UPS….er komen jongeren, ouderen, mensen die haast hebben en mensen die graag even kletsen. Mariet is in die mix volledig op haar plek. ‘Ik ben gewoon die mevrouw van het tankstation,’ zegt ze. Ze kent iedereen en iedereen kent haar.
Want de mensen maken haar werk en fysiek vindt ze het prima te doen. ‘Het is geen zwaar werk,’ zegt ze. ‘Je loopt wat op en neer, maakt de zonnebanken schoon, ruimt wat bij. Vroeger tilde ik nog weleens zware dingen, maar dat hoeft niet meer. Gasflessen doen klanten zelf en krantenrekken naar buiten zetten hoeft ook niet meer: we verkopen geen kranten meer.’ Haar werk is niet alleen lichter geworden door de automatisering, maar ook gevarieerder. Alleen het gedrag van sommige klanten is veranderd. ‘Vroeger hadden mensen meer respect,’ zegt ze. ‘Nu zijn sommigen een beetje kortaf.’ Maar ze windt zich er niet meer over op. ‘Ik denk dan: ach, ze hebben haast. Ik wens ze een fijne dag en ga verder.’ Als het om blijven werken gaat, twijfelt ze geen moment. Ze hoopt dat ze dit voorlopig kan blijven doen. ‘Waarom niet?’ zegt ze. ‘Het is gezellig. Je blijft onder de mensen. En je blijft in beweging. Ik vind het fijn.’
Waar Mariet doorwerkt, begint Rob Dussel juist opnieuw. Hij werkte 13 jaar bij Zilveren Kruis in Leiden en verhuisde hij naar Noordwijk waar hij nog maar weinig mensen kende. Zijn vrouw kwam thuis met verhalen, maar Rob maakte minder mee. Hij voelde dat hij ritme miste, een sociale context… tot hij een advertentie zag van PEUT. Hij reageerde en drie weken later begon hij. Hij werkt daar elke woensdag. ‘Ik had dat nodig,’ zegt hij. ‘Gewoon een lange dag, waarin je weer ergens voor opstaat.’ Wat hij doet, is alles wat het werk op een tankstation tegenwoordig omvat. Hij bakt croissantjes en broodjes voor de lunch, verwerkt pakketjes van DHL, verkoopt sigaretten, rekent benzine af, houdt de winkel netjes en helpt klanten die soms wat ongeduldig zijn omdat ze verder moeten. Het tempo ligt hoog, maar Rob houdt van die structuur.
Hij weet precies wanneer de schooltijden de drukte bepalen, de rij voor de balie ontstaat en er even lucht is. En het sociale aspect is voor hem minstens zo belangrijk. Klanten herkennen hem inmiddels en sommige vaste bezoekers vragen zelfs naar hem. ‘Dan zeggen ze: ik was er om vier uur, maar zag je nergens,’ vertelt hij. ‘Dan vraag ik of ze goed geholpen zijn door mijn collega.’ Voor hem is het werk niet zwaar. Het is vooral ritme en activiteit en financieel is het mooi meegenomen. Hij is een fanatiek mountainbiker en zo’n hobby kost altijd geld. Een extra jasje, een paar goede schoenen…het komt precies goed uit.
En dan is er Bert Jansen, iemand die al 45 jaar in het vak zit en het tankstation ziet als zijn tweede thuis. Hij begon in 1980 bij Kreijne Hoogland, nu Peut en vanaf 2004 werd het Tankstation De Hoogekamp. Hij heeft een bijzondere energie, een soort combinatie van nuchterheid, creativiteit en onverstoorbare rust. Waar anderen het tankstation vooral als winkel of plek van doorloop zien, ziet Bert het als iets wat je kunt vormgeven. Zijn talent ligt in wat de meeste klanten nauwelijks bewust zien: hoe een shop werkt, hoe producten moeten staan, welke kleuren vloeken of juist samenwerken, waar het oog van de klant naartoe gaat zodra hij binnenkomt. Hij is er zo goed in dat zijn collega’s hem steevast vragen om de shop opnieuw in te delen als dat nodig is.
Bert vertelt dat hij zich dat talent al vroeg bewust werd. Hij ging op woensdagmiddag bewust naar de Sligro om inspiratie op te doen. Daar liep hij rond en vroeg hij zich af: wat hebben ze hier, wat ziet er leuk uit, hoe kan ik dat vertalen naar ons station? Hij maakte schappen die begonnen als puzzels in zijn hoofd. Niet alles op kleur, zegt hij, maar juist contrasteren. Grote items vooraan, kleine items achteraan, niet omdat het moet, maar omdat de klant dan ziet wat er ligt. Hij weet precies waar je Red Bull neerzet, waar je Mars en Twix laat opvallen en hoe je de doorloop logisch maakt. En vooral hij ziet wat anderen niet zien. ‘Je moet kijken zoals een klant kijkt,’ zegt hij. ‘Anders werkt het niet.’
Ook in de omgang met klanten heeft Bert een eigen stijl. Hij gebruikt geen emoties. Als iemand boos wordt, blijft hij rustig kijken, zegt niets, en wacht tot iemand uitgepraat is. Dan wenst hij diegene vriendelijk een prettige dag. Hij lacht erom en zegt dat die mensen meestal gewoon terugkomen. Zijn kracht is dat hij niet mee fluctueert met de stemming van anderen. Hij is een baken van rust.
Fysiek redt hij het nog prima. Het werk is licht, zegt hij en hij heeft geleerd om verstandig met zijn energie om te gaan. Over drie jaar mag hij met pensioen, maar hij voelt nu al dat hij daarna verder wil met zijn interesse in mensinzicht, energie en kleur. Dat is het pad dat hij wil verkennen zodra hij het station verlaat.
Wat deze verhalen met elkaar verbindt, is niet leeftijd, maar houding. Het gaat niet om jong of oud; het gaat om willen, om plezier, om ritme, om contact met mensen en om het gevoel dat je werk ertoe doet. Steven laat zien dat de regels soepel genoeg zijn om door te werken. Mariet laat zien hoe werk verweven raakt met een dorp en een leven. Rob laat zien dat een nieuwe start na je pensioen je juist kan openen. En Bert dat vakmanschap en creativiteit geen houdbaarheidsdatum kennen. Dat maakt werken bij een tankstation op latere leeftijd geen achterhoedegevecht, maar een logische voortzetting van wie je bent.