Geplaatst op: 30-03-2026

‘Het voelt soms als ondernemen in dichte mist’

In Milheeze, midden in de gemeente Gemert-Bakel, staat het hoofdkantoor van Van Kessel: een familiebedrijf dat al sinds 1921 meedraait in de wereld van brandstoffen en energie. Wat ooit begon als een lokaal bedrijf, is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie met zo’n honderd medewerkers, meer dan veertig tankstations en een wagenpark van 26 tankwagens. De vierde generatie klopt nadrukkelijk op de deur. Stan van Kessel (27) werkt al jaren binnen het bedrijf en is verantwoordelijk voor de duurzame tak, die onder de naam Greenpoint opereert. Terwijl hij zich voorbereidt op een toekomstige leidersrol, bouwt hij tegelijk aan nieuwe energieoplossingen zoals elektriciteit en waterstof. Zijn verhaal is er een van vanzelfsprekendheid, nieuwsgierigheid en het lef om vooruit te kijken zonder precies te weten waar je uitkomt.

 

Wanneer wist je dat het familiebedrijf ook jouw toekomst zou worden?

‘Dat is nooit echt een bewuste keuze geweest. Het bedrijf was er gewoon altijd. Als kind ging ik al mee op de vrachtwagen, letterlijk vanaf het moment dat ik in een Maxi-Cosi paste. Dan zit het er vanzelf in. Je groeit ermee op, je hoort de verhalen aan de keukentafel en je ziet wat het betekent voor klanten en medewerkers. Daardoor voelt het heel natuurlijk om er later zelf onderdeel van te worden.’

 

Hoe heb je het werken binnen het bedrijf vanaf jonge leeftijd ervaren?

‘Altijd als iets leuks. Ik heb het nooit gezien als moeten of als verplichting. Ik vond het interessant om te zien hoe alles werkte en om zelf mijn steentje bij te dragen. Het klinkt misschien cliché, maar het voelt meer als een hobby dan als werk. Je bent bezig, je leert elke dag iets nieuws en je ziet direct resultaat van wat je doet. Dat motiveert enorm.’

 

Je bent niet meteen op kantoor begonnen, maar eerst praktisch aan de slag gegaan. Waarom was dat belangrijk voor je?

‘Ik heb altijd gevonden dat je eerst moet begrijpen hoe het bedrijf werkt voordat je erover gaat meepraten. Dus begon ik in het magazijn, met orderpicken en afvullen, en later ook met kantoorwerk. Toen ik achttien was, heb ik mijn vrachtwagenrijbewijs en ADR (zoals jullie weten de overeenkomst die het gevaar van gevaarlijke goederen regelt, red.) gehaald en ben ik echt de weg op gegaan. In de vakanties, weekenden en avonden reed ik klanten langs met diesel, brandstoffen, smeerolie en AdBlue. Dat leert je ontzettend veel.’

 

Wat neem je mee uit die tijd op de vrachtwagen?

‘Vooral begrip. Je weet wat klanten belangrijk vinden, hoe hun dagen eruitzien en waar ze tegenaan lopen. Je leert ook hoe cruciaal planning en betrouwbaarheid zijn. Als je later beslissingen neemt, doe je dat met die ervaring in je achterhoofd. Dat maakt jouw keuzes realistischer en geloofwaardiger.’

 

Na je studie Manager Transport en Logistiek ben je definitief het bedrijf ingerold. Hoe zag die start eruit?

‘Toen ik rond mijn 23e klaar was met studeren, ben ik begonnen op de afdeling transport en logistiek. Daar hebben we een vernieuwd team neergezet en processen aangescherpt. Daarna heb ik op de retailafdeling gewerkt, bij onze tankstations, en vervolgens bij de wholesale-activiteiten. Door al die afdelingen leer je het bedrijf echt van binnenuit kennen.’

 

 

Wanneer kwam duurzaamheid nadrukkelijk in beeld voor jou?

‘Dat moment kwam toen we zagen dat elektriciteit en waterstof steeds meer aandacht kregen. Samen met mijn vader had ik daar al relatief veel interesse en kennis van. Toen hebben we gezegd: dit moet iemand echt gaan trekken binnen de organisatie. Zo ben ik verantwoordelijk geworden voor de duurzame tak. Niet alleen om oplossingen te verkopen, maar om die hele transitie intern goed te organiseren.’

 

Hoe pak je zo’n transitie aan als nog niet alles duidelijk is?

‘Het voelt soms als ondernemen in dichte mist. Je weet niet precies waar je uitkomt, maar je hebt wel een richting. Wij focussen bewust op de B2Bmarkt en vooral op de zwaardere segmenten. Dan begin je bij de klant: wat is hun behoefte, waar lopen ze tegenaan, en wat verwachten ze van ons? Vanuit daar ga je bouwen.’

 

Welke vragen kwamen er het meest vanuit klanten?

‘Vooral rondom elektriciteit. Veel bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast op vermogen, wachttijden bij netbeheerders en complexe regelgeving. Dan ga je samen kijken: hoe kun je slim omgaan met zonnepanelen, batterijen en laadinfra? Moet alles altijd snel laden of kan dat ’s nachts? En waar plaats je zo’n installatie het meest logisch binnen het bedrijfsterrein?’

 

 

Dat vraagt ook veel kennis binnen de eigen organisatie. Hoe neem je collega’s daarin mee?

‘Door veel uit te leggen en te investeren in kennis. In het begin krijg je vragen waarvan je denkt: dat is basiskennis. Maar ja, dat is het alleen omdat jij er dagelijks mee bezig bent. Het mooie is dat je ziet hoe snel mensen leren. Na anderhalf jaar zijn dingen die eerst ingewikkeld leken nu heel vanzelfsprekend.’

 

 

Heb je daar ook nieuwe mensen voor moeten aannemen?

‘Ja, maar wel bewust. We zochten geen pure specialisten die alleen met elektra bezig zijn, want zo groot is dat onderdeel nog niet. We zochten mensen met een goede basis, bijvoorbeeld in techniek en vooral met de juiste mentaliteit. Ze moeten passen bij ons familiebedrijf en bereid zijn om mee te groeien.’

 

 

Hoe kijk jij naar de toekomst van energie binnen jullie bedrijf?

‘Ik geloof niet in één oplossing. Ik denk dat traditionele diesel, HVO, elektrisch en waterstof nog lange tijd naast elkaar blijven bestaan. Misschien zitten we over twintig of dertig jaar nog steeds deels in diesel, zeker in bepaalde sectoren. Alles hangt af van infrastructuur, regelgeving en technologische ontwikkelingen. Voor alles is een markt, alleen de verhoudingen veranderen.’

 

Waterstof is zo’n onderwerp waar jullie al vroeg op inzetten. Hoe kijk je daar nu naar?

‘We zijn er al tien tot twaalf jaar mee bezig. We dachten toen al: dit kan groot worden. Dat potentieel is er nog steeds, al staat het soms wat minder hoog op de politieke agenda. Toch blijven we investeren, omdat we klaar willen zijn voor de toekomst, welke kant het ook opgaat.’

 

 

Je werkt intensief samen met je vader. Hoe verloopt die samenwerking tussen generaties?

‘Heel prettig. Ik krijg veel vrijheid om mijn eigen dingen te doen. Hij zegt ook: dit wordt straks jouw bedrijf, dus je moet er je eigen draai aan geven. Tegelijk kan ik altijd bij hem terecht voor advies. Hij heeft ervaring, kent de markt en helpt om dingen in perspectief te plaatsen.’

 

Waarin vullen jullie elkaar het meest aan?

‘Vooral in strategisch denken. We spiegelen onze toekomstbeelden aan elkaar en challengen elkaar. Soms ziet hij dingen aankomen die ik nog niet zie, soms andersom. Door daar open over te praten, kom je tot betere keuzes.’

 

 

Je hecht veel waarde aan personeel. Waarom is dat zo belangrijk voor je?

‘Onze branche leer je niet op school. Het is geen standaard transport- of logistiek bedrijf. Medewerkers zijn dus cruciaal. Zij dragen het bedrijf, zij zorgen dat alles blijft draaien. Als je hen bindt, opleidt en serieus neemt, investeer je direct in de toekomst van het bedrijf.’

 

 

Wat typeert volgens jou de kracht van een familiebedrijf?

‘De korte lijnen, de platte organisatie en de menselijke maat. Iedereen kan bij elkaar binnenlopen. Er is ruimte voor een praatje en voor echte betrokkenheid. Dat is iets wat je bij grote corporates vaak mist.’

 

Waarom hebben jullie duurzaamheid ook als apart merk neergezet met Greenpoint?

‘Omdat je duidelijkheid wilt creëren. Olie en duurzaamheid kunnen botsen in beeldvorming. Door een apart merk te bouwen, laten we zien dat we bewust kiezen voor de duurzame kant. Met Greenpoint richten we ons op zero-emissie en toekomstbestendige oplossingen voor de B2B-markt.’

 

 

En wanneer neem jij het bedrijf daadwerkelijk over?

‘Dat moment ligt nog niet vast. De komende jaren wordt dat steeds duidelijker. We zijn er stap voorstap mee bezig. Ik ben 27, mijn vader 58, dus er is nog tijd. Voor nu ligt mijn focus op bouwen, leren en vooruitkijken. Kansen zien, niet problemen.