02-03-2026
Jong talent
Lees verder
Geplaatst op: 02-03-2026
Na 38 jaar trouwe dienst nam Prudent de Milliano afscheid van Aers. Een bedrijf dat voor hem veel meer werd dan een werkgever, het was een plek waar hij zichzelf kon zijn. Met zijn technische achtergrond van de HTS kwam hij ooit binnen in een tijd dat werk schaars was en bleef hij bijna vier decennia lang een vaste waarde in het familiebedrijf. Nu hij met pensioen is, kijkt hij terug op een loopbaan vol afwisseling, verantwoordelijkheid en vooral: menselijk contact.
‘Dat ging eigenlijk heel eenvoudig. Ik was net klaar met de HTS, maar er was destijds nauwelijks werk te vinden. Na mijn afstuderen heb ik een jaar bij de luchtmacht gewerkt, aan het onderhoud van de Starfighter. Prachtig werk, maar tijdelijk. Daarna volgde nog een periode bij een adviesbureau in Spijkenisse, tot ik via mijn vrouw – die uit de familie Aers komt – in contact kwam met het bedrijf. Toen dacht ik: ik probeer het gewoon. En dat heb ik geweten, want eenmaal binnen ben ik nooit meer weggegaan.’
‘Een klein, hecht familiebedrijf waar iedereen alles deed. Er waren geen afdelingen of afgebakende functies; als er iets moest gebeuren, pakte je het op. Dat kon van alles zijn: Arbozaken, milieuplannen, alles ten aanzien van smeermiddelen, onderhoud, technische keuringen. Ik heb letterlijk met gevaarlijke stoffen gewerkt, veiligheidsadviezen opgesteld en ook tankstations begeleid bij saneringen. Het was heel breed, en juist dat vond ik mooi. Je wist ’s ochtends nooit precies wat de dag ging brengen.’
‘Zeker, maar eerlijk is eerlijk: ik heb de techniek ook vaak gemist. Op de HTS werkte ik aan ontwerpen, constructies, berekeningen….dat vond ik prachtig. In het familiebedrijf was dat minder aan de orde. Het werk was praktischer en breder. Soms dacht ik: het zou mooi zijn om weer eens iets technisch te tekenen of te ontwerpen. Maar daar stond tegenover dat ik veel vrijheid had. Ik kon mijn dagen zelf indelen, had rechtstreeks contact met klanten en dat gaf me minstens zoveel voldoening. Die vrijheid maakte alles goed.’
‘Je had het gevoel dat je direct verschil kon maken. Als een klant belde omdat een machine stilstond of er een storing was, liet ik alles vallen en reed ik erheen. Dan stond je op het land tussen de boeren, en dan moest het gewoon opgelost worden. Dat waren vaak de mooiste momenten: als het weer liep, en de klant opgelucht “bedankt” zei. Dat gevoel, dat je iemand echt helpt, dat is goud waard. Zonder klanten heb je tenslotte geen bedrijf. Die gedachte heb ik altijd als leidraad gehouden.’
‘Ja, die vraag krijg ik vaker. De naam “de Milliano” komt oorspronkelijk uit Italië. In de zestiende eeuw was er een Italiaanse kapitein, Alonso Melan en in de Tachtigjarige Oorlog vocht hij als Spaanse huurling mee in het leger. Hij kwam in Zeebrugge aan land, trouwde met een Vlaamse vrouw, vestigt zich in Zeeland en kreeg 12 kinderen . Van “Melan” is toen “de Milliano” gemaakt. Sindsdien is de familie hier gebleven, dus we zijn inmiddels echte Zeeuwen. Maar het is wel een naam die opvalt…in Italië kom je hem niet meer tegen, maar in Zeeland des te meer. Je ziet hem op hotels, restaurants, garages… dus ja, hij is ingeburgerd, zou je kunnen zeggen.’
‘Dat je nooit zomaar weggaat, haha. Je voelt je betrokken, verantwoordelijk. Het bedrijf werd een deel van mijn leven. We werkten hard, zeven dagen per week soms. Ik heb in die jaren alles gedaan wat nodig was: van leveringen tot veiligheidszaken, van tankstations tot administratie. Ik heb vaak meegemaakt dat we ’s nachts uit bed gebeld werden vanwege een inbraak en dat hoorde er allemaal bij.’
‘Dat ging vanzelf. Als je lang in een bedrijf werkt en veel kennis opdoet, dan groeit dat vertrouwen. Ik werd veiligheidsadviseur, later zat ik in de directie. Niet omdat ik een geboren manager was, maar omdat ik het bedrijf goed kende en graag meedacht. Ik ben nooit iemand geweest die boven anderen wilde staan.’
‘In het begin was het heel overzichtelijk. Je kende iedereen, ook de klanten persoonlijk. Later kwamen er meer mensen bij, werd het bedrijf groter, professioneler. Dat is een goede ontwikkeling, hoor, maar het verandert wel de sfeer. Vroeger was het allemaal wat directer en nu is het formeler, meer via de computer.’
‘Klantgerichtheid, zonder twijfel. Dat klinkt ouderwets, maar het is de basis. Zonder klanten heb je niks. En als iemand bij jou komt met een probleem, dan help je hem. Punt. Niet eerst een formulier invullen of een systeem bijwerken. Gewoon doen. Dat heb ik altijd geprobeerd mee te geven aan anderen: klant voor alles.’
‘De vrijheid, het vertrouwen en het buiten zijn. Ik reed vaak door de polders, van klant naar klant. Dan zag je de boeren bezig op het land, de seizoenen veranderen. Dat voelde als thuiskomen. Ik kom zelf van een boerderij, dus dat trok me altijd aan. Techniek en landbouw, dat zit in mijn bloed. Als ik een klant kon helpen dat zijn machine weer draaide, dan was mijn dag goed.’
‘Heel goed, eigenlijk. De overgang ging geleidelijk, want de laatste jaren werkte ik al drie dagen per week via het seniorenprogramma. Ik heb me nog geen dag verveeld. Er liggen nog genoeg klusjes thuis, ik lees veel – van thrillers tot historische boeken – en ik wandel en fiets graag. Ook heb ik eindelijk tijd genomen om gitaar te leren spelen en ik hou van duiken.’
‘Ja, dat klopt. Dat begon ooit als iets nieuws dat ik wilde proberen en het is uitgegroeid tot een passie. Ik ben zelfs duikinstructeur geworden en heb overal gedoken: Bonaire, Egypte, Frankrijk, Spanje, Canada en natuurlijk hier in Zeeland. Onder water kom je helemaal tot rust. Je zweeft, je hoort niets, je bent even weg uit de wereld. Dat is voor mij pure ontspanning. Behalve als ik leerlingen begeleid, want dan moet ik natuurlijk blijven opletten.’
‘Geen grootse plannen. Gewoon genieten. We trekken er graag op uit met de caravan. We zijn door de Dordognestreek, Noorwegen, Ierland, Schotland, Wales, Spanje en Ierland getrokken. Ook hebben we familie in Canada, waar we binnenkort met z’n allen een cruise willen maken.’
‘Dankbaarheid. Ik heb een mooie tijd gehad. Hard gewerkt, veel geleerd, veel gelachen, samen moeilijke tijden overwonnen. Ik heb altijd met plezier gewerkt. Dat is misschien wel het belangrijkste. Je kunt een mooie functie hebben, maar als je er geen plezier in hebt, houdt het op. Werk is een groot deel van je leven, dus dan kun je het maar beter met volle overtuiging doen.’