Geplaatst op: 02-02-2026

‘Ik stond op mijn zesde al broodjes te smeren’

Lisa Wigman (22) groeide letterlijk op tussen de broodjes van Trumpi Time, het bedrijf van haar moeder Kitty Trumpi en stiefvader Nandor Trumpi. Inmiddels runt ze zelf de vestigingen aan de Nieuwe Haagdijk en Kadijk in Breda. Over familie, verantwoordelijkheid, hard werken en dromen voor de toekomst: ‘Ik heb geleerd dat je nooit iets moet uitstellen wat je vandaag kunt doen.’

 

Hoe ben je eigenlijk in de zaak terechtgekomen?

‘Ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn moeder kreeg iets met Nandor toen ik zes was en toen begon ik met broodjes smeren. Gewoon omdat ik het leuk vond om mee te helpen. Daarna heb ik de hotelschool in Antwerpen geprobeerd, maar ik merkte al snel dat ik werken veel leuker vond dan studeren. Ik heb nog de opleiding ‘ondernemerschap’ gedaan op De Rooi Pannen, maar ik vond dat niet spannend genoeg. Uiteindelijk ben ik hier stage gaan lopen, vijf dagen in de week en toen wist ik: dit is het.’

 

Je was dus al jong bezig met ondernemen?

‘Ja, het zit er echt in. Ik kom uit een ondernemende familie, dus het was een soort vanzelfsprekendheid. Toen mijn moeder en Nandor samen verdergingen, groeide ik mee. Alles wat ik nu doe, heb ik eigenlijk spelenderwijs geleerd. En eerlijk: ik had nooit gedacht dat ik op mijn 22e al twee vestigingen zou runnen.’

 

Wanneer kwam het moment dat jij echt de leiding kreeg?

‘Dat ging best plotseling. Ongeveer een jaar geleden gin het wat minder goed met de gezondheid van mijn moeder dus van de ene op de andere dag moest er iemand opstaan om het roer over te nemen. Dat werd ik. Ik had geen tijd om na te denken, moest gewoon gaan. Roosters maken, personeel aansturen, alles regelen. Dat was heftig, maar ook een soort wake-upcall: dit is mijn moment. Sindsdien run ik de twee zaken geholpen door Nandor en Kitty achter de schermen’

 

Was dat niet moeilijk voor het team?

‘Zeker. Ik was pas 22 en ineens was ik “de baas”. Mensen moesten daaraan wennen. Eerst vroegen ze nog naar mijn moeder, maar ik moest vrij snel duidelijk maken dat ik nu het aanspreekpunt was. In het begin vond ik dat lastig, maar ik heb geleerd om streng te zijn als het moet. Mijn moeder was daar wat zachter in. Nandor heeft me juist geleerd om duidelijk te blijven: als iemand te laat komt, moet je daar gewoon iets van zeggen. Dat is niet altijd leuk, maar wel nodig.’

 

Wat heb je van Nandor geleerd als ondernemer?

‘Heel veel. Hij zegt altijd: “Stel nooit uit wat je vandaag kunt doen.” En dat klopt echt. Als je dingen laat liggen, worden ze alleen maar moeilijker. Ook leer ik van hem om financieel scherper te zijn. Ik ben heel resultaatgericht – als ik een dagomzet zie, denk ik: goed gedaan! Maar dan zegt hij: “Wat heb je eraan overgehouden?” Dat leert me om verder te kijken dan alleen de kassa.’

 

Wat vind je het lastigst aan je rol?

‘De balans tussen streng zijn en gezellig blijven. Wij zijn een familiebedrijf en dat voel je aan alles. Klanten komen juist voor die sfeer. Maar dat betekent ook dat personeel soms iets te veel vriend of vriendin wordt. Dan moet ik iemand die ik leuk vind en waarmee ik op stap ga toch aanspreken omdat ze te laat is. Dat vind ik moeilijk, maar het hoort erbij. En ik merk dat hoe consequenter je bent, hoe meer respect je krijgt.’

 

Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?

‘Lang! Ik werk zes, soms zeven dagen per week. Soms draait het personeel alles, soms sta ik zelf broodjes te smeren of bestellingen te bezorgen. Vrijdag is onze drukste dag, dan doen we soms tussen de 30 en 40 bestellingen tussen twaalf en één uur. Dan helpen Nandor en zelfs mijn vader wel eens mee. Het is keihard werken, maar ik vind het leuk. Voor mij voelt het niet als werk.’

 

Heb je nog tijd voor jezelf?

‘Weinig, maar ik probeer het wel. Sinds kort woon ik op mezelf in Breda, dat geeft lucht. Even niet constant in de zaak of bij familie. En mijn vriend Marnix steunt me gelukkig enorm. Zijn ouders zijn ook ondernemers, dus hij begrijpt het als ik weer eens op het laatste moment moet afzeggen omdat iemand ziek is. Dat helpt echt.’

Wat wil je de komende jaren nog leren?

‘Vooral het financiële stuk en over arbeidsrecht. Ik wil echt begrijpen wat er onderaan de streep overblijft, hoe ik investeringen kan plannen, dat soort dingen. Ik deed cursussen via Avans+ en Drive. Mijn moeder zegt altijd dat dat later wel komt, maar ik wil het nu al snappen. Ik wil uiteindelijk alles zelf kunnen doen.’

 

Zijn er dingen die jij anders wil doen dan jouw voorgangers?

‘Ja, ik merk dat ik anders omga met personeel. De nieuwe generatie heeft andere verwachtingen. Ze willen feedback, betrokkenheid, balans. Ik probeer daar ruimte voor te geven, ook al heb ik soms het tempo van Nandor in mijn hoofd. Daarnaast wil ik meer doen met social media. Mijn zus en ik maken  zelf content – broodje van de maand, acties, filmpjes. Dat werkt goed, vooral bij de jongeren die hier elke pauze broodjes komen halen.’

 

Wat is je grootste uitdaging nu?

‘Structuur. Ik ben heel hands-on en leef per dag: wat moet er nu gebeuren? Maar ik wil leren om meer vooruit te plannen, met roosters, bestellingen, voor voorraad. En natuurlijk personeel goed inplannen. Nandor zegt altijd: “Als je iemand extra inzet, moet dat ook geld opleveren.” Daar zit echt wat in.’ Droom je van uitbreiding? ‘Ja, zeker. Ik zou ooit graag een lunchzaak willen beginnen, echt met uitgebreide lunches en high teas. Dromen mag, maar ik wil eerst laten zien dat ik het echt zelfstandig kan.’

 

 

Wat zou je jonge ondernemers mee willen geven?

‘Niet opgeven. Echt, nooit. Er komen momenten dat je denkt: ik kan niet meer. Maar je moet gewoon doorgaan. En luister naar de mensen om je heen; ouders, personeel, klanten. Iedereen kijkt anders, en daar leer je van. Ondernemen is niet alleen hard werken, het is ook leren omgaan met mensen.’

 

Is er iets wat je nu anders zou doen, met wat je weet?

‘Misschien iets meer tijd nemen om te leren voordat ik erin sprong. Maar aan de andere kant: ik heb alles geleerd door te doen. En dat is ook de reden dat ik nu sta waar ik sta. Dus nee, eigenlijk niet. Het hoort bij mijn pad.’ Wat vind je het mooiste aan je werk? ‘De mensen. De vaste klanten, de collega’s, de sfeer. We zijn echt een familiebedrijf, niet alleen in naam, maar in gevoel. Als iemand jarig is, vieren we dat samen. En als er iets misgaat, lossen we het samen op. Die verbondenheid maakt het bijzonder. En als ik dan hoor dat Nandor via-via zegt dat hij trots op me is, dan weet ik dat ik goed bezig ben. Dat is het mooiste compliment dat ik kan krijgen.’