30-03-2026
‘Het voelt soms als ondernemen in dichte mist’
Lees verder
Geplaatst op: 30-03-2026
Half januari was ik in Duitsland. Even een weekend skiën met mijn twee zoons, aangezien mijn vrouw helaas twee dagen eerder door de sneeuwval hier in Nederland haar enkel brak.
We zaten met twintig man net buiten Winterberg, in een huis in een dorpje van 229 inwoners. Na een dag skiën wilden we eten. De lokale herbergier werd ’s middags gevraagd of hij die avond voor twintig mensen open kon. Met zichtbare twijfel zei hij: “Ja, natürlich.”
Wat volgde was een meesterlijk staaltje ondernemerschap. Hij stelde ons een schnitzelfestijn voor, alles erop en eraan,
onbeperkt: sauzen, salades en friet. Het werd met zoveel enthousiasme gebracht dat iedereen meteen instemde. En terecht: het was uitstekend, lekker, ruim voldoende en vooral hartstikke gezellig. Wat een topervaring!
Handig inspelen op de vraag. Niet moeilijk doen, maar doen wat nodig is. Dat is precies wat tankstationondernemers al ruim honderd jaar doen. We begonnen met een stoeppomp en een oliehandel. Toen automobilisten meer wilden, kwamen er winkels. LPG? Prima. Bakery? Doen we. HVO, waterstof, schone toiletten, bloemen, aanhangers — het hoort er allemaal bij. Steeds opnieuw passen we ons aan aan wat mobiliteit nodig heeft. Nu gaat het gesprek over laden. En dat is terecht. Elektrisch rijden groeit en de laadinfrastructuur moet mee. Dan helpt het niet als Fastned gemeenten oproept om tankstations in te ruilen voor laadstations. Er wordt gesproken over saneren, dubbele voorzieningen en nieuwe procedures.
Maar voor ons is laden geen ideologische discussie. Het is simpelweg een volgende vorm van energie voor mobiliteit. Tankstations zijn daar bij uitstek geschikt voor. Ze zijn veilig, verlicht, ingericht op doorstroming en voorzien van alles wat een automobilist nodig heeft tijdens een korte stop. En belangrijker: de ondernemers staan klaar om te investeren — mits de randvoorwaarden er zijn. Er hoeft niets gesloopt te worden. Er zijn geen langdurige procedures nodig. En er hoeven niet altijd onnodig zware netaansluitingen te worden afgedwongen. Wij kunnen slim faseren. We kunnen combineren. En we kunnen morgen beginnen. En waar mogelijk zijn we al begonnen.
Ik heb dit onlangs ook zo uitgelegd aan de staatssecretaris en zijn ambtenaren: “Elke partij die wil investeren in laadinfrastructuur is welkom, we hebben ze allemaal nodig. Maar als je snel, veilig en met minimale ruimtelijke impact wilt opschalen, begin dan bij locaties die daar al voor gemaakt zijn: de tankstations. Hier staan de ondernemers klaar om te investeren.” Voor ons is dat logisch. Voor hen bleek dit, vreemd genoeg, toch een eyeopener.
De energietransitie versnelt niet door bestaande infrastructuur te negeren of te saneren, maar door die slim te benutten. Door overheid en ondernemers samen te laten werken, zonder onnodige tegenstellingen. Laden wordt net zo normaal als tanken. En de logische plek voor die routine staat er al.