16-02-2026
‘De business van onze ondernemers is het vullen van auto’s’
Lees verder
Geplaatst op: 16-02-2026
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert subsidie- en financieringsregelingen uit voor de Nederlandse overheid en de EU. Met name twee daarvan zijn interessant voor de energiestationsector: Subsidieregeling Waterstof In Mobiliteit (SWIM) en Subsidieregeling PUblieke LAadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA). Bij SWIM overstijgen de aanvragen voor de tweede keer op rij het budget. Bij SPULA bleek een aantal eisen te hoog dit jaar. Die worden voor volgend jaar aangepast.
Zowel SPULA als SWIM biedt RVO meerdere jaren achter elkaar aan. Beide zijn beschikbaar sinds 2024 en worden sowieso ook volgend jaar weer aangeboden. SWIM zelfs tot en met 2029. Tijdens een afgebakende periode in het jaar kunnen ondernemers/ bedrijven een aanvraag indienen voor die subsidies. De regelingen hebben als doel om de energietransitie in het zwaar wegvervoer te versnellen. ‘Elektrisch rijden draagt, zoals bekend, aan die transitie bij,’ zegt programmacoördinator elektrisch vervoer Suzan Reitsma van RVO. ‘Meer elektrisch rijden betekent ook meer laadinfrastructuur.
Door met SPULA de kosten voor de aanleg daarvan te verminderen, verlagen we de drempel voor de markt. Daarbij richten we we ons met deze subsidie uitsluitend op openbaar toegankelijke laadlocaties voor zwaar elektrisch vervoer. De regeling moet op die manier bijdragen aan de totstandkoming van een landelijk netwerk van publieke laadstations voor elektrische vrachtwagens en bussen. De subsidie dekt een deel (maximaal 20%) van de kosten voor het bouwen, installeren, verbeteren of uitbreiden van oplaadinfrastructuur en die van een eventuele stationaire (niet mobiele, red.) opslagbatterij op die locatie.’
SPULA kende een voortvarende start. Vorig jaar leverde de regeling maar liefst 54 nieuwe openbare laadpleinen op, die erbij komen voor het zwaar wegvervoer. Daarbij gaat het in totaal om 271 DC-snelladers.\ ‘Van die laadinstallaties vallen er 251 in de zware categorie,’ geeft Suzan aan. ‘Die kunnen met 350 kW of meer laden. Een vrachtwagen kun je daarmee snel opladen (gemiddeld tussen de een en twee uur, red.). In het wegtransport, waar alles om tijd draait, is dat een belangrijk punt. De overige 20 zijn DC-snelladers met 200 tot 350 kW. De uitbreiding van het netwerk van publieke laadpleinen, die ruim toegankelijk zijn, helpt transportbedrijven bij de verstap naar elektrische voertuigen.
SPULA helpt daarmee het kip-en-het-ei-verhaal te doorbreken. Dat probleem speelt ook bij andere duurzame brandstoffen en energiedragers, zoals bijvoorbeeld waterstof. Door het ontbreken van voldoende laadinfrastructuur blijft de vraag naar elektrische vrachtwagens en bussen beperkt en door het lage aantal elektrische voertuigen is het voor de markt niet aantrekkelijk om te investeren in publieke laadfaciliteiten voor zwaar wegvervoer. Als je dat doorbreekt, help je de versnelling op gang.’
De veel hogere aanschafprijs van elektrische trucks, vergeleken met die van vergelijkbare dieseluitvoeringen, is overigens ook een van de factoren die bijdraagt aan dat kip-ei-verhaal.
Het goede begin van SPULA kreeg dit jaar geen vervolg. Het budget voor 2025 was even groot als dat van vorig jaar: 15 miljoen euro. De aanvraagperiode begon dit jaar op 13 mei en loopt tot en met 19 december. Van die 15 miljoen euro waren op 18 november nog ruim 11 miljoen over. Het uitblijven vanaanvragen dit jaar komt door een van de eisen die gesteld wordt aan het verstrekken van de subsidie. Zo moet de laadlocatie op het moment van aanvraag een netaansluiting hebben van minimaal 600 kilovoltampère (kVA).
Door de netcongestie worden aanvragen voor dat soort aansluitingen niet of nauwelijks meer gehonoreerd door de netbeheerders. Met als gevolg dat waarschijnlijk driekwart van het budget van SPULA overblijft dit jaar. ‘Subsidiepot laadpalen trucks blijft vol door onhaalbare eis van het Rijk’, kopte Nieuwsblad Transport (NT) eind oktober. In dat artikel staat onder meer dat een netaansluiting van 600 kVA vergeleken kan worden met die van 25 tot 35 huishoudens. ‘Dat kan als gevolg van netcongestie lang niet overal zomaar worden aangelegd’, aldus NT. In dat artikel geeft een woordvoerder van de RVO aan dat het ministerie van Infrastructuur en Waterschap, die over die subsidie gaat, die eis voor volgend jaar wil aanpassen.
‘Dat klopt,’ zegt Suzan. ‘Die eis gaat het ministerie fors verlagen. Bij de aanvragen van volgend jaar wordt als voorwaarde gesteld dat binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie een netaansluiting beschikbaar moet zijn van minimaal 100 kVA op de laadlocatie. Een andere verandering is de introductie van een nieuwe categorie laadstations, die met een vermogen van 550 kW of meer.
Het subsidiebedrag daarvoor wordt 80.000 euro per laadstation. Bij de andere twee categorieën zullen dezelfde bedragen gehanteerd worden als dit jaar: 19.000 euro voor een laadstation van 200 tot 350 kW en 43.000 voor laadstations vanaf 350 kW. Voor een stationair batterijopslag is en blijft dat 80 euro per kWh. Maximaal 20% van de totale kosten die voor subsidie in aanmerking komen, worden bij honorering door SPULA vergoed. De aanvraagperiode loopt volgend jaar van 3 februari tot en met 18 december. Het budget voor 2026 is vastgesteld op 14,5 miljoen euro. Aanvragen voor SPULA kun je eenvoudig indienen via het eLoket van de RVO.’
‘Ondernemers profiteren het meest als wij hun wereld begrijpen. Daarom proberen wij onze dienstverlening zo in te richten, dat die naadloos aansluit op hun ambities én bijdraagt aan de positieve maatschappelijke impact waarvoor we samen staan’, schrijft Roos Geelhoed op de LinkedIn-pagina van de RVO. Zij is coördinator waterstof in mobiliteit bij die rijksdienst en in die functie betrokken bij SWIM.
Die Subsidieregeling Waterstof In Mobiliteit noemt Roos een concreet voorbeeld van hoe de RVO die dienstverlening in de praktijk brengt. ‘SWIM subsidieert zowel de bouw van waterstoftankstations als de voertuigen die daar gaan tanken,’ legt Roos uit. ‘De regeling richt zich op zwaar wegvervoer; vrachtwagens en (bestel)bussen. Waterstof is juist voor die voertuigen een kansrijk alternatief. De overheid wil met SWIM de uitstoot van CO2 en luchtverontreinigende stoffen verminderen. En daarnaast voldoen aan de verplichting van de EU om in 2030 in ieder stedelijk knooppunt een waterstoftankstation te hebben.’
Nederland telt 26 van die knooppunten. Daarvan hebben er nu tien, aldus Roos, een waterstoftankstation. “In totaal zijn er 23 openbaar toegankelijke waterstoftankstations in ons land die geschikt zijn voor zwaar wegvervoer. Dankzij SWIM komen daar zeven nieuwe bij en worden zes bestaande uitgebreid. Daarnaast leverde de regeling tot nu toe bijna 600 extra waterstofvoertuigen op, waarvan het merendeel valt onder het zwaar wegvervoer. De rest zijn rolstoel- en bestelbussen.” “Mooie resultaten”, vervolgt Roos, “en we zijn nog niet eens op de helft. SWIM kan nog tot en met 2029 jaarlijks worden aangevraagd. Naar verwachting gaat de subsidie volgend jaar open op 1 april en sluit die op 13 mei met een budget van 45 miljoen euro. De mogelijkheden worden naar verwachting uitgebreid met bijvoorbeeld multimodale tankstations, tubetrailers en werktuigen.”
‘Tot nu toe is SWIM steeds overtekend”, zegt Roos. ‘In 2024 was het budget 22 miljoen euro. Doordat de overtekening toen zo groot was, kwam daar in december 2024 6 miljoen bij. En ondanks het veel hogere budget van 40 miljoen euro, werd de regeling dit jaar opnieuw overtekend. Het budget is met 650.000 euro verhoogd waardoor nog één extra aanvrager subsidie kan krijgen. Met dit succes zijn wij uiteraard erg blij. Het geeft aan dat de subsidie goed aansluit bij de ambities van de ondernemers waarop de regeling zich richt. Wij hebben de doelgroep ook vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van de subsidie. En dat leidt tot resultaat.’
Die doelgroep bestaat onder andere uit energiestation-ondernemers en -ondernemingen. Roos: ‘Als zij willen investeren in een waterstoftankstation voor zwaar wegvervoer én een samenwerkingsverband vormen met een partij die investeert in waterstofvoertuigen, kunnen zij voor de subsidie in aanmerking komen. Partijen moet dus sowieso een samenwerkingsverband aangaan, een consortium vormen, om kans te maken. Zo’n samenwerkingsverband/consortium moet in ieder geval uit één exploitant van een waterstoftankstation bestaan en minimaal één bedrijf dat werkzaam is in het transport of de logistiek.”
Ondernemingen uit de sector, die dit of vorig jaar met hun consortiumpartners een SWIM-subsidie kregen, zijn onder andere D!Vers Woerden Waterstof, Vissers Energy Group, Fieten Olie en Fountain Fuel.
Bij de Drive-leden D!Vers Woerden en Vissers Energy Group gaat het om nieuwe waterstoftankstations voor zwaar wegevervoer in respectievelijk Woerden en Venlo. Die laatste als onderdeel van EnergyHub Venlo. “Per aanvraag werd maximaal 7 miljoen euro uitgekeerd”, geeft Roos aan. “Max 2 miljoen voor de investering in de bouw, uitbreiding of upgrade van een locatie en maximaal 5 miljoen subsidie voor de aanschaf van of ombouw naar waterstofvoertuigen. Vanaf komend jaar worden de maximale subsidiebedragen voor een tankstation en voertuigen verruimd: maximaal 8 miljoen euro voor voertuigen, 3 miljoen voor een tankstation voor
het wegvervoer en zelfs 4 miljoen voor een multimodaal tankstation.”
“Voor samenwerkingsverbanden die een aanvraag willen indienen voor SWIM heb ik nog een advies: begin op tijd. De ervaring leert dat het opstellen van de aanvragen, onder andere omdat er meerdere partijen bij betrokken zijn, best wel wat tijd vergt. Op tijd daarmee beginnen is daarom aan te raden.”