02-03-2026
Ik ben nooit iemand geweest die boven anderen wilde staan
Lees verder
Geplaatst op: 02-03-2026
Anja van Gils is opgeleid voor de zorg, maar belandde uiteindelijk samen met haar man in de autobranche. Ze is mede het gezicht achter Auto Boeimeer in Breda, een bedrijf dat generaties lang in familiehanden is geweest. Toch is zorg, in de breedste zin van het woord, altijd haar kompas gebleven. Of het nu gaat om mensen, paarden of ezels: verzorgen, aandacht geven en verantwoordelijkheid nemen, dat is wat Anja drijft. Wanneer ze vertelt over haar werk, haar vrijwilligersactiviteiten bij De Blauwe Kamer, een woonvoorziening voor mensen met een visuele en meervoudige beperking en haar inzet voor dieren via verschillende stichtingen, blijkt hoe sterk die rode draad is.
‘Ik heb ooit mijn opleiding tot verpleegkundige gedaan. Dat paste goed bij mij want ik wilde graag iets voor mensen betekenen. Na het halen van mijndiploma, kwam ik eigenlijk direct in het bedrijf van mijn schoonfamilie terecht. Mijn schoonvader had meerdere autobedrijven en tankstations dus rolde ik in het bedrijfsleven. Ik heb dus nooit echt in een verpleeghuis of ziekenhuis gewerkt, maar dat zorgen, dat zit nu eenmaal in mijn DNA. Of het nu gaat om personeel, klanten of dieren, ik ben iemand die het fijn vind dat het goed gaat met de ander.’ Hoe was dat, om in zo’n familiebedrijf te stappen? ‘Het was intens. We werkten keihard, zeven dagen in de week. Eerst uiteraard voor het automobielbedrijf Boeimeer en vanaf 2009 voor onszelf onder de naam Auto Boeimeer. We hadden een sterk team, Jack en ik waren er van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en eerlijk gezegd vond ik dat prima. Ik was erg gedreven, haalde veel voldoening uit de klanten en het contact met mensen, maar achteraf besef ik dat we onszelf wel vergaten.’
‘Dat kwam pas later. In 2022 gaf ik bij Jack aan dat het zo niet lang meer verder kon, voelde dat het klaar was. Na 42 jaar in het bedrijf was de ambitie op. Jack is met hulp en advies gaan kijken naar mogelijkheden om het bedrijf te verhuren. Dat was een emotioneel proces, want je laat iets los, waar je
leven mee gevuld was. Toen we de stap hadden gezet om te verhuren aan OK, kon ik weer ademhalen, kwam er ruimte. En nu – met wat afstand – weet ik dat het de juiste beslissing was.’
‘Dat is eigenlijk vanzelf gegaan. Onze jongste zoon kocht ooit een paard en omdat ik niet wilde dat het dier alleen stond, kwamen er schapen bij en daarna nog wat andere dieren. Zo groeide dat langzaam. In de laatste periode van mijn leven binnen het bedrijf, kwam ik in aanraking met De Blauwe Kamer in Breda, een instelling waar mensen met een visuele en meervoudige beperking wonen. Ze vroegen of ik daar vrijwilligerswerk wilde doen, bij het verzorgen van de dieren en om te assisteren bij het huis bed rijden.. Nou, dat paste precies bij me. Het gaf me rust en voldoening.’
‘Ik help mee bij de verzorging van paarden en pony’s, maar ook bij iets wat ze daar het “huifbed’ noemen. Dat is een soort kar, voortgetrokken door kleine Shetlanders, waarmee cliënten die niet op een paard kunnen zitten. De client word liggend rondgereden. Door de beweging en warmte, wordt het lichaam van de passagier op een natuurlijke manier gemasseerd. Voor hen heel belangrijk en voor mij is het heel dankbaar werk. Het combineert alles wat ik belangrijk vind: dieren, buiten zijn, en iets betekenen voor mensen die niet zelfstandig kunnen bewegen, niet zien, niets horen en of lichamelijk beperkt zijn.’
‘Nee, helemaal niet! Ik vond paarden eigenlijk grote beesten. Maar toen onze zoon ging rijden, wilde ik begrijpen wat hij deed. Dus ben ik het zelf ook gaan proberen…eerst een keer erop zitten, toen een rondje lopen, en voor ik het wist reed ik mee in het carrousselteam van de manege. Dat team reed wedstrijden door het hele land en dat vond ik heerlijk. Ik leerde dat dieren aanvoelen wat je uitstraalt, je kunnen lezen. Als jij rustig bent, zijn zij dat ook.’
‘Ja, dat heeft te maken met Frans en Leen Derks, hij was oud-scheidsrechter en ondernemer en Leen werkte jaren- lang bij de Dierenbescherming. Zij woonden hier in Breda en vingen veel dieren op: paarden, geiten, koeien, schapen, een ezel en zelfs een groot varken. Alles wat hulp nodig had was welkom. Toen Frans en Leen oud werden, was onze inzet en hulp bij hen steeds vaker nodig met de verzorging rondom alle dieren. Na het overlijden van Frans heeft Leen de vraag gesteld of wij de dieren wilden zorgen als zij er niet meer zou zijn. Dat was uiteraard geen probleem, we hebben de ruimte. Uiteindelijk hebben we die belofte waargemaakt: de dieren kwamen bij ons wonen. We hebben de ezel Ot, de pony’s Hannah en Wappie en nog een paar andere dieren liefdevol opgevangen. Leen overleed met de wetenschap dat haar dieren een goed thuis hadden.’
‘Daaruit ontstond ook de stichting Moosje en Sjakie waarmee we dierenwelzijnsprojecten steunen. Onze zoon Tom is samen met familie betrokken bij de stichting. Daarmee ondersteunen we projecten die echt iets doen voor dieren. Op dit moment is er een schenking voor afvoeren van mest bij manegepaarden pensioenfonds, loopt er een start bij de vogelopvang Zundert en ondersteunen we Knijn & Ko in Bavel. De laatste stichting zorgt dat konijnen gekoppeld worden en de koppels herplaatst worden. Soms betalen we dierenartskosten of adoptiekosten. Het gaat niet om het bedrag, maar om het gebaar: zorgen dat dieren goed terechtkomen. Dat vind ik belangrijk.’
‘Er is veel dierenleed. Een dier is afhankelijk van jou, net als een cliënt in de zorg. Die verantwoordelijkheid kun je voelen. Bovendien geeft het mij veel voldoening. Ik hoef niet meer de baas te zijn van een bedrijf, ik hoef geen omzet meer te halen, het gaat niet over cijfers… ik wil gewoon nuttig bezig zijn. En als ik een paard zie opknappen of een cliënt zie lachen tijdens een rit, dan weet ik, hier doe ik het voor’
‘Ja, zeker. Voor mij is dat één en hetzelfde. Een paard of een ezel reageert op aandacht, net als een mens. Het vraagt geduld, liefde en discipline. Wat ik in de zorg leerde – observeren, aanvoelen, bijsturen – gebruik ik dagelijks. bij De Blauwe Kamer zie ik ook hoe sterk die combinatie werkt: dieren brengen rust, warmte, structuur en vertrouwen. Dat is misschien nog wel de mooiste vorm van therapie die er is.’
‘In het begin was het echt lastig. Als je 40 jaar lang dag en nacht mee bezig bent, dan weet je op een moment niet meer wie je bent zonder dat bedrijf. Ik voelde dit al een tijd. Maar nu, een paar jaar later, heb ik mezelf weer gevonden. Ik wandel veel, bezoek musea, help bij de dieren en ben gewoon weer Anja en niet Anja van de Texaco. Dat voelt goed.’
‘Ja, ik verzorg de administratie het autobedrijf en ondersteun Jack daar waar het nodig is. Het tankstation en ons autobedrijf liggen op hetzelfde terrein , het is dagelijks in beeld bij ons. Soms denk ik: oei, dat zou ik anders doen, maar het is nu aan OK, wij mogen en moeten loslaten voor zover dat mogelijk is.. . Wij hebben onze taak alle jaren serieus genomen, het is nu aan de ander.’
‘Dat succes niet alleen zit in cijfers, maar in mensen. Wij noemden onze klanten altijd “gasten”. Ik vond het belangrijk dat ze zich welkom voelden en datzelfde geldt voor personeel: mensen willen worden. Ik denk dat het zorgende aspect ook in mijn manier van ondernemen zit. Achteraf gezien heb ik misschien te veel hooi op mijn vork genomen, maar ik zou het niet anders doen. We hebben het ondernemerschap met hart en ziel gedaan.’
‘Daar kom ik nu beter aan toe. Vroeger dacht ik: even doorzetten, en nog een stap erbij, het komt goed. Totdat je lichaam zegt: stop. Begin dit jaar kreeg ik gordelroos, waarschijnlijk door stress en achtergebleven onrust. Dat was een wake-upcall. Nu probeer ik bewuster te leven, tijd voor mezelf, wandelen, buiten zijn, tijd maken voor familie en vrienden. Maar ook nietsdoen. Dat is nieuw voor mij, ik begin daar stap voor stap steeds beter in te worden.’
‘Zeker’. De rust die de dieren brengen bij onze kleinkinderen en het stilstaan voor hen bij het leven en verzorgen van de dieren. Het laten gaan in de wei, het aanvoelen, water geven, borstelen op de paardjes rijden of mennen. Eén op één werkt dat fantastisch. Ze geniet ervan, en ik ook. Het is mooi om te zien hoe dieren een kind rust geven en zelfvertrouwen.’
‘Ja. Ik heb geleerd dat je niet alles kunt controleren. Vroeger wilde ik dat alles meer dan goed ging, telkens een stapje er bovenop; in het bedrijf, thuis, met de dieren. Nu heb ik geleerd om het allemaal wat meer los te laten. Het hoeft niet meer allemaal vandaag af. In mijn hart wil ik het gewoon te goed is, goed is prima. En ik geniet van kleine dingen om me heen: een wandeling in de ochtend, vogels horen, even niets hoeven. Dat is ook een vorm van zorg…voor jezelf.’
‘Vergeet jezelf niet. Sta eens stil, kijk om je heen, even een rust moment. In de zorg, in een bedrijf, in het leven: we zijn vaak bezig met zorgen voor anderen, maar zorg je eigenlijk wel goed voor jezelf. Er is zoveel waar je iets kleins kunt doen – voor een dier, voor je medemens, voor de natuur. Dat hoeft niet groot te zijn. Als we allemaal in staat zijn, buiten het zaken doen, deze stap te nemen, zou de wereld nog meer glans krijgen.’ ‘Sta eens stil, kijk om je heen, even een rust moment.’