12-10-2026
Van pintransactie naar mobiliteitspartner: Drive en Buckaroo slaan handen ineen
Lees verder
Geplaatst op: 12-10-2026
Op 15 januari draaide Laura Boekestijn voor het laatst de sleutel om van haar tankstation. Geen vroege controle van de omzetcijfers meer, geen medewerkers die binnenlopen voor een praatje en geen klanten die onderweg nog snel een broodje komen halen. Na ruim dertig jaar ondernemerschap viel de stilte onverwacht in. Niet omdat zij en haar man Luc er klaar voor waren om met pensioen te gaan, maar omdat het leven hen daartoe dwong.
‘We hadden echt het plan om nog een aantal jaren samen door te gaan,’ vertelt Laura. ‘We hadden de taken mooi verdeeld, hadden er allebei plezier in en het liep fantastisch. Maar soms beslist het leven anders.’ Wie Laura hoort vertellen, merkt al snel dat ondernemen haar in het bloed zit. Ze groeide op in een ondernemersgezin en houdt ervan om kansen te zien waar anderen vooral beperkingen zien. ‘Van iets niets maken, dat vind ik gewoon ontzettend leuk, zegt ze. ‘Ik ben altijd op zoek geweest naar verbetering.’
Die mentaliteit bracht haar begin jaren negentig in de tankstationwereld. Niet via een uitgestippeld carrièreplan, maar doordat haar schoonvader een tankstation aan de provinciale weg in Horst had. Haar man Luc werkte daar al. Toen haar schoonvader plotseling ziek werd, moesten de zaken snel geregeld worden. ‘Van het ene op het andere moment moesten we het overnemen,’ vertelt Laura. ‘Dat was mijn kennismaking met de benzinebranche. En eerlijk gezegd ben ik er nooit meer weggegaan.’ Het was een heel andere tijd dan nu. Klanten werden nog persoonlijk geholpen aan de pomp en een tankstation was veel meer dan een plek om brandstof te halen. ‘Iedereen kende elkaar. Je wist waar mensen woonden, hoe het met hun gezin ging en je hoorde als eerste alle nieuwtjes uit het dorp. Op een tankstation gebeurde altijd wel iets. Geen dag was hetzelfde.’
Toen de A73 werd aangelegd, veranderde ook hun werk. Het oorspronkelijke tankstation maakte plaats voor een nieuwe locatie en Laura en Luc kwamen terecht bij Texaco. Voor Luc voelde dat als een logische stap, maar Laura merkte al snel dat ze iets miste. ‘Ik ben niet zo iemand die zich prettig voelt binnen een grote organisatie, zegt ze. ‘Ik wilde mijn eigen beslissingen nemen.’ Die kans kreeg ze in 1998, toen haar een locatie in Venlo werd aangeboden. ‘Dat was echt mijn ding. Ik kon eindelijk mijn eigen ideeën uitvoeren. Daar heb ik al mijn ziel en zaligheid ingestopt.’ Het tankstation dat ze overnam, zag er heel anders uit dan de moderne shops van nu. De winkel lag vol olieblikken, ruitenwissers en auto-accessoires, maar van verse broodjes of snacks was nog geen sprake. ‘Dat wat je tegenwoordig nodig hebt om te overleven, was er toen helemaal niet.’
Omdat Luc inmiddels bij Texaco werkte, liep hij vaak voorop bij nieuwe ontwikkelingen in de branche. Laura keek mee en vertaalde die ideeën naar haar eigen, kleinere locatie. ‘Ik keek gewoon wat zij deden en dacht dan: kan dat bij mij ook? Soms werd ik wel teruggefloten. Dan zeiden ze: “Laura, jouw shop is niet zo groot.” Maar dan ging ik net zo lang puzzelen totdat het tóch paste.’
Dat leidde tot een besluit waar ze nog altijd met plezier op terugkijkt. Ze offerde haar kantoor op om ruimte te maken voor een broodjeskeuken. Zelf verhuisde ze met haar bureau naar het magazijn, tussen de drankkratten en olieblikken. ‘Ik dacht: als ik ergens ruimte voor moet maken, dan maar voor de klanten.’ Ze nam twee medewerkers aan en gaf hun een duidelijke opdracht. ‘Ik zei: “Jullie krijgen een jaar om te laten zien dat dit werkt. Doe je best, want dan hebben jullie over een jaar nog steeds werk.’ Het bleek een gouden zet. Als eerste tankstation in Venlo verkocht Laura verse belegde broodjes en de klanten wisten haar al snel te vinden. ‘Dat sloeg enorm aan. Daarna zijn we gaan verbouwen omdat het alweer te klein werd.’
Juist dat bouwen aan iets nieuws gaf haar energie. ‘Nieuwe uitdagingen, oplossingen zoeken, kijken hoe iets nóg beter kan. Daar genoot ik met volle teugen van.’ Dat alles combineerde ze met een druk gezinsleven. ‘Het was ontzettend druk, maar ik kreeg er alleen maar energie van.’ Stilstaan zat niet in haar aard. Toen op het nabijgelegen industrieterrein een lunchroom werd geopend, zag Laura de bui al hangen.
‘Ik dacht meteen: o jee, daar gaat mijn omzet.’ Waar anderen misschien hadden afgewacht, besloot Laura in actie te komen. Ze besprak haar zorgen met Luc. ‘Hij zei: “Laura, we hebben het al druk genoeg.” Maar ik dacht alleen maar: dit gaat ons klanten kosten.’ Dus deed ze iets wat perfect bij haar ondernemersmentaliteit paste: ze nam de lunchroom over. ‘Het was eigenlijk meer een cafetaria. Dat vond ik niet zo interessant. Ik wilde er een echte lunchlocatie van maken.’ De zaak werd volledig verbouwd. Broodjes kwamen centraal te staan en opnieuw wist Laura klanten aan zich te binden. ‘Ik heb daar ontzettend van genoten. Weer iets nieuws opzetten, weer kijken hoe het beter kon.’
Haar passie lag duidelijk bij food. ‘Met brandstof kun je je als kleine ondernemer nauwelijks onderscheiden, daar draait het om prijs. Maar met eten, service en kwaliteit kun je echt het verschil maken.’ Die service ging ver. Als een bedrijf op zaterdag onverwacht broodjes nodig had, werd er een oplossing gevonden. ‘Ook al hoorde bezorgen op zaterdag eigenlijk niet bij de afspraken, we regelden het toch. Je probeert er gewoon voor je klanten te zijn.’
Dat leverde trouwe relaties op. ‘Klanten kwamen altijd terug. Natuurlijk maakten wij ook fouten, zeker in het begin. Ik wist helemaal niets van snacks of een cafetaria. Maar je leert, past aan en gaat weer verder.’ Het tekent Laura als ondernemer: niet bang om iets nieuws te beginnen, ook als ze nog niet alle antwoorden heeft. ‘Ik ben behoorlijk autodidact. Als ik ergens in geloof, dan ga ik ervoor.’
Laura bleef ondertussen bouwen. Het ene succes volgde het andere op en toch begon ze te merken dat het steeds moeilijker werd om alles zelf te blijven doen. Ze had inmiddels twee bedrijven onder haar hoede, meer dan twintig medewerkers en was het liefst overal tegelijk aanwezig. ‘Ik doe graag zelf mee,’ zegt ze. ‘Met de handjes werken vind ik nog altijd het allerleukste. Maar als je twee locaties hebt, wordt het steeds meer aansturen. Dat vond ik lastig.’ Ze vroeg Luc of hij haar kwam helpen. Hij had inmiddels jaren ervaring en kende de branche als geen ander. ‘Ik zei: “Kun je me niet komen helpen? Het wordt me eigenlijk een beetje te veel.’ Nog maar een paar maanden nadat Luc de overstap had gemaakt, diende zich opnieuw een kans aan. Onze adviseur belde met de vraag of ze interesse hadden in een sterk verouderd tankstation in Elsendorp. ‘Het station stelde eigenlijk niet veel voor, maar de locatie… die was fantastisch. De beste plek die je je kunt wensen.’ De beslissing was snel genomen. Luc stortte zich op de nieuwe vestiging, terwijl Laura zich bleef richten op Venlo en de lunchroom. De succesformule met verse broodjes verhuisde direct mee naar Elsendorp. ‘Dat noemen ze schalen,’ lacht ze. ‘We kopieerden gewoon wat goed werkte.’ Het bleek opnieuw een schot in de roos. ‘Het liep als een trein. Ongelooflijk wat je op zo’n paar vierkante meter kunt neerzetten.’ Ineens hadden ze drie bedrijven. Een flinke verantwoordelijkheid, maar ook een periode waar Laura met veel plezier op terugkijkt.
Ondanks alle groei begon Laura zelf langzaam signalen te voelen dat haar lichaam niet meer hetzelfde aankon. ‘Ik merkte dat ik minder energie had. Eerst dacht ik: je wordt wat ouder, je hebt gewoon te hard gewerkt. Doe maar eens een stapje terug.’ Maar dat stapje terug hielp niet. Traplopen kostte steeds meer moeite en uiteindelijk volgde een medische molen die uitwees dat er sprake was van een hartspieraandoening. ‘Toen wist ik dat ik keuzes moest maken.’ Met lichte tegenzin besloten Laura en Luc daarom de lunchroom te verkopen. De verwachting was dat zo’n verkoop jaren zou duren, maar het liep anders. ‘We vertelden ‘t aan het personeel in oktober en in december konden we kiezen uit drie partijen die de zaak wilden overnemen.’ Het gaf rust. Ook een eerder verhuurde locatie viel weg, waardoor alleen Elsendorp overbleef. ‘Dat voelde eigenlijk heel goed. We hadden het nog nooit zo rustig gehad.’ Ze verbouwden de locatie opnieuw en maakten plannen voor de komende jaren. ‘We dachten echt: zo kunnen we samen nog heel lang vooruit.’
Tot zaterdag 20 juli vorig jaar. Het was de verjaardag van hun zoon én het weekend van de Zwarte Cross. Veel weekendmedewerkers wilden naar het festival, dus besloten Laura en Luc de dienst samen op te pakken. ‘Dat vonden we helemaal niet erg. Samen werken deden we juist graag.’ Na afloop zouden ze doorrijden naar de verjaardag van hun zoon, maar die middag veranderde alles. ‘Luc werd getroffen door een hartstilstand. Van het ene op het andere moment stond ons leven stil.’
Na een maand ziekenhuisopnames en het plaatsen van een ICD mocht hij weer naar huis. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstig. ‘Ik was zelf al niet honderd procent en ineens kon Luc helemaal niets meer.’ Waar ze zich misschien nog wel het meeste zorgen over maakte, was haar personeel. ‘Luc zei altijd: “Op de twintigste van de maand vindt iedereen het verschrikkelijk wat je is overkomen. Maar op de drieëntwintigste moet het salaris wel op de rekening staan. Die verantwoordelijkheid kwam nu volledig op haar schouders terecht. ‘Ik dacht alleen maar: hoe ga ik dit allemaal regelen? De zorg voor Luc, de administratie, twaalf medewerkers… En degene die ons normaal altijd opving, zat net in het vliegtuig naar Tenerife.’
Ze redde het, maar tegelijkertijd wist ze dat ze dit risico nooit meer wilde lopen. ‘Ik dacht: dit mag me geen tweede keer overkomen.’ Binnen korte tijd hakten Laura en Luc de moeilijkste ondernemersknoop van hun leven door. Ze zouden stoppen. ‘Niet omdat we dat wilden, maar omdat het moest.’ Ook nu hadden ze geluk. Er meldde zich snel een overnamekandidaat en op 15 januari droegen ze de sleutels over. ‘Dat moment voelde eigenlijk heel dubbel.’ Ze had verwacht vooral verdrietig te zijn, maar er was ook opluchting. ‘We hebben het gered. De zorgen vielen van ons af. We zijn misschien gedwongen geweest om te kiezen, maar het is ons wel gelukt.’ Toch blijft het gemis.
‘Ik mis het nog iedere ochtend. Even de computer aanzetten, samen de omzet bekijken, analyseren waarom het gisteren drukker was dan de week ervoor. Dat zit gewoon in me.’ Ondernemen blijft haar tweede natuur. ‘Ik ben opgegroeid in een ondernemersgezin. Bezig zijn, verbeteren, mensen helpen… dat hoort bij mij.’ Alsof het afgelopen jaar nog niet genoeg uitdagingen bracht, verloor Laura ook nog haar beste vriendin aan kanker. Ze had haar beloofd haar laatste wensen uit te voeren en stortte zich maandenlang op de afwikkeling van haar nalatenschap. ‘Dat wilde ik goed doen. Ze had me precies verteld wat ze graag wilde.’
Het zorgde opnieuw voor een intensieve periode, maar ook voor een gevoel van voldoening. Langzaam ontstaat er nu ruimte voor een nieuw ritme. Samen trekken Laura en Luc er regelmatig op uit met de camper. Zonder openingstijden, zonder personeelsroosters en zonder de constante verantwoordelijkheid van een onderneming. Toch zal het tankstation altijd een deel van haar blijven. ‘Ik heb er ruim dertig jaar met ontzettend veel plezier gewerkt. Natuurlijk mis ik het. Maar als ik terugkijk, overheerst vooral trots. We hebben samen iets heel moois opgebouwd.’