24-04-2026
Life after petrol; Ad Mesker
Lees verder
Geplaatst op: 24-04-2026
‘Wie goed luistert naar de eerste signalen van een nieuw kabinet, hoort meestal meer dan er op papier staat.’ Jurist en ondernemersadviseur Chris van der Straaten kijkt met die bril naar de plannen van de nieuwe regering. Geen juichverhalen, geen doemscenario’s, maar een nuch-tere analyse van wat er wél mogelijk is. In een tijd waarin ondernemers vooral gebukt gaan onder onzekerheid, ziet hij juist in die eerste contouren kansen ontstaan. Een eerijker accijnsbeleid en de hernieuwde aandacht voor rekeningrijden vormen volgens hem aanknopingspunten voor beleid dat niet alleen ideologisch klopt, maar ook econo-misch uitvoerbaar is.
Van der Straaten beweegt zich al jaren op het snijvlak van recht, ondernemerschap en overheidsbeleid. Hij spreekt dagelijks ondernemers die moeten laveren tussen stijgende kosten, veranderende regels en een overheid die soms sneller wil dan de markt kan volgen. ‘Wat mij opvalt,’ zegt hij, ‘is dat dit kabinet in ieder geval erkent dat sommige dossiers zijn vastgelopen.’ Alleen al het besef dat het huidige belastingstelsel rondom mobiliteit en consumptie zijn grenzen bereikt, noemt hij een stap vooruit.
Accijnskorting
Een belangrijk signaal is volgens hem dat de accijnskorting op brandstof voorlopig niet wordt losgelaten. Dat geeft rust, al is het geen structurele oplossing. ‘Niemand gelooft dat dit ein-deloos zo kan blijven,’ stelt hij. ‘Maar het feit dat ze niet meteen grijpen naar de makkelijke knop van accijnsverhoging, is betekenisvol.’ Tegelijkertijd klinkt in Den Haag de bereidheid om breder te kijken naar de manier waarop mobiliteit wordt belast. En daar ziet Van der Straaten ruimte ontstaan. De afgelopen jaren is Nederland steeds verder uit de pas gaan lopen met omliggende landen. Brandstof is hier structureel duurder dan in België en Duitsland, met als voor-spelbaar gevolg dat automobilisten en transporteurs massaal over de grens tanken. ‘Dat is geen moreel falen van ondernemers of burgers,’ zegt Van der Straaten. ‘Dat is rationeel gedrag.’ Het gevolg is dat de Nederlandse staat inkomsten misloopt, terwijl de druk op infrastructuur toeneemt door extra grensverkeer.
Afstemming
Volgens hem is dat precies het punt waar beleid zichzelf begint te ondermijnen. ‘Je kunt belastingen verhogen tot je een ons weegt, maar als mensen massaal uitwijken, schiet je je doel voorbij.’ Voor ondernemers is dat extra wrang. Zij kunnen hun kosten niet altijd doorberekenen, zeker niet in sectoren waar marges al onder druk staan. ‘Dan wordt belasting geen sturingsinstrument meer, maar een concurrentienadeel.’ Daarom pleit Van der Straaten voor afstemming met het buitenland. Niet om per se de goedkoopste te zijn, maar om extreme verschillen te voorkomen. ‘Belastingconcurrentie tussen buurlanden is een 47 race naar beneden, of naar irrationeel gedrag.’ Een gelijkmatiger accijnsniveau zou volgens hem direct effect hebben: minder tanktoerisme, minder omrijden en uiteindelijk stabielere inkomsten.
Rekeningrijden
In dat licht komt rekeningrijden vrijwel automatisch in beeld. Een beladen onderwerp, zeker in het publieke debat, maar volgens Van der Straaten onvermijdelijk. ‘We doen nu alsof het een ideolo-gisch experiment is, maar feitelijk is het een logische modernisering van het systeem.’ In plaats van bezit en brandstof te belasten, wordt gebruik belast. ‘Wie veel rijdt, betaalt meer. Wie slim rijdt, betaalt minder.’ Voor ondernemers biedt dat juist kansen. Zeker voor bedrijven die hun logistiek goed op orde hebben of buiten de spits opereren. ‘Met rekeningrijden kun je eindelijk differentiëren.’ Elektrische voertuigen kunnen goedkoper uitkomen, vervuilende voertuigen zwaarder worden belast, en spitskilometers een hogere factor krijgen. ‘Dat is verfijnd beleid, geen botte bijl.’
Grensoverschijdend
Een belangrijk voordeel is bovendien dat rekeningrijden grensoverschrijdend gedrag neutraliseert. ‘Je kunt niet naar Duitsland rijden om kilometers te ontwijken.’ Daarmee verdwijnt een groot deel van het weglekeffect dat accijnzen nu hebben. Volgens Van der Straaten is dat ook eerlijker richting ondernemers die hun activiteiten niet zomaar kunnen ver-plaatsen. De vrees dat rekeningrijden vooral een verkapte belastingverhoging wordt, begrijpt hij wel. ‘Maar dat is een politieke keuze.’ Het instrument zelf is neutraal. ‘Het kan worden ingezet om te sturen, niet alleen om te vullen.’ Boven-dien biedt het ruimte om andere belas-tingen af te bouwen. ‘Als je kilometers belast, kun je accijnzen matigen. Dat is een ruil die te verdedigen is.’
Energietransitie
Dat alles staat of valt met de energietransitie. De overheid stuurt stevig aan op elektrisch rijden, maar volgens Van der Straaten wringt daar nog veel. ‘Elektrisch rijden wordt fiscaal gepusht, maar praktisch nog onvoldoende onder-steund.’ Het elektriciteitsnet loopt tegen grenzen aan, laadinfra blijft achter en ondernemers lopen vast in wachttijden en onzekerheid. ‘Je kunt niet alles tegelijk willen.’ Hij ziet het als een klassieke overheidstaak om hier tempo te maken. Niet door nog meer regels, maar door te investeren in infrastructuur en voorspelbaarheid. ‘Als elektrisch rijden aantoon-baar goedkoper en makkelijker wordt dan fossiel, dan volgt de markt vanzelf.’ Dat vraagt geduld en consistentie. ‘Geen jojo-beleid.’
Tabak
Diezelfde lijn trekt hij door naar andere accijnsdossiers, zoals tabak. De verhoging van de leeftijdsgrens van 18 naar 21 jaar noemt hij in principe een verstandige maatregel. ‘Juist omdat je daarmee een groep eruit haalt die het meest prijsgevoelig is.’ Jongeren van 18 tot 21 wijken nu relatief makkelijk uit naar het buitenland of het illegale circuit als accijnzen verder stijgen. ‘Door de grens hoger te leggen, haal je een deel van die discussie weg.’ Volgens Van der Straaten zorgt dat ook voor meer rust aan de toonbank. Minder grijze gebieden, minder handhaving op de rand. ‘Het is geen wondermiddel,’ benadrukt hij, ‘maar het maakt het systeem consistenter.’ Voor ondernemers in de retail betekent dat minder frictie en minder confrontatie. ‘Dat is ook wat waard.’ Tegelijk waarschuwt hij voor stapeling. Leeftijdsverhoging, accijnsverhoging en grote prijsverschillen met het buitenland tegelijk doorvoeren, noemt hij risi-covol. ‘Dan duw je mensen richting illegaliteit.’ Ook hier pleit hij voor internationale afstemming en maatvoering. ‘Beleid moet geloofwaardig blijven.’
Stabiliteit
Wat in al deze dossiers terugkomt, is volgens Van der Straaten de noodzaak van stabiliteit. Ondernemers kunnen omgaan met verandering, maar niet met permanente onzekerheid. ‘Elke nieuwe regering voelt de neiging om het roer om te gooien.’ Dat maakt investeren lastig en vergroot de reflex om af te wachten. ‘En afwachten is funest voor groei.’ Toch ziet hij ook de andere kant. Onzekerheid creëert kansen voor wie vooruitkijkt. ‘Er zijn altijd ondernemers die juist in transities hun moment pakken.’ Nieuwe pro-ducten, nieuwe diensten, nieuwe ver-dienmodellen. ‘Maar die hebben wel een overheid nodig die het speelveld niet elk jaar hertekent.’ Zijn oordeel over de nieuwe coalitie is daarom voorzichtig positief. ‘Alles beter dan stilstand,’ zegt hij. Zolang economische realiteit en beleidsambitie elkaar blijven raken, is er ruimte voor verbetering. ‘Je helpt de economie niet door haar te straffen.’ De kunst zit in het vinden van evenwicht: sturen zonder te forceren, belasten zonder te ontwrichten.
Aan het slot van zijn betoog komt Van der Straaten terug op zijn belangrijkste advies aan beleidsmakers en belangenorganisaties. ‘Kijk over de grens. Stem af. Vermijd extreme verschillen.’ Juist in een open economie als de Nederlandse is dat essentieel. ‘Ondernemers zijn mobiel, kapitaal is mobiel. Beleid moet dat erkennen.’ Als het kabinet erin slaagt om accijnzen eerlijker te maken, rekeningrijden zorgvuldig in te voeren en maatregelen zoals de hogere tabaksleeftijd logisch in te bedden, ziet hij dat als een solide basis. Geen grote woorden, geen snelle winst, maar wel richting. ‘Beleid hoeft niet perfect te zijn,’ besluit hij, ‘als het maar uitlegbaar is. Dan ontstaat vertrouwen. En vertrouwen is uiteindelijk de motor van ondernemerschap.’