Geplaatst op: 24-04-2026

Drive Wassen; Opening Loogman Aalsmeer

We konden het hier slimmer en groter aanpakken’

Wie de afgelopen maanden langs Loogman tanken & wassen Aalsmeer is gereden, kan er niet omheen: hier gebeurt iets groots. Wat ooit begon als een vertrouwde locatie met tankstation en wasstraat, verandert stap voor stap in een modern serviceplein waar mobiliteit, gemak en beleving samenkomen. Achter deze transformatie schuilt een duidelijke visie. We spreken met Jerry Hollander van Loogman over de achtergrond van de vernieuwing, de keuzes die zijn gemaakt en de toekomst van deze iconische locatie in Aalsmeer.
 
Jerry, Loogman Aalsmeer is de afgelopen periode flink op de schop gegaan. Kun je schetsen wat hier precies gebeurt en waarom?

‘De locatie in Aalsmeer heeft een lange geschiede-nis. We zitten hier al sinds 1959 en zijn in de loop der decennia steeds meegegroeid met de tijd. In 1983 kwam hier de eerste wasstraat bij en sinds-dien is auto wassen echt een kernactiviteit gewor-den. De laatste jaren zagen we dat de grenzen van het terrein en de bestaande faciliteiten werden bereikt en tegelijkertijd kregen we de kans om aan-grenzende percelen over te nemen. Dat was voor ons het moment om niet alleen te vernieuwen, maar echt opnieuw na te denken over wat deze plek in de toekomst moet zijn.’
 
Die vernieuwing begon met plannen voor een nieuwe stofzuigerhal, maar groeide uit tot een veel groter project, begrijp ik.

‘Klopt. Aanvankelijk wilden we investeren in een nieuwe stofzuigerhal, omdat daar simpelweg behoefte aan was. Maar toen we de mogelijkheid kregen om twee buurpercelen aan te kopen, veran-derde de schaal van het project. Ineens konden we het groter en slimmer aanpakken en dat leidde tot het besluit om twee volledig nieuwe wasstraten te bouwen, gecombineerd met een geïntegreerde stofzuigerhal en ruimte om het hele terrein opnieuw in te richten.’ De nieuwe dubbele wasstraat is inmiddels operationeel. Wat maakt deze anders dan de oude situatie?

‘We hebben hier bewust gekozen voor een modern beltsysteem. Dat heeft meerdere voordelen, zeker met het oog op de toekomst. Elektrische auto’s worden steeds gangbaarder en niet iedereen weet precies hoe die zich gedragen in een traditionele kettingwasstraat. Bij een beltsysteem is dat risico veel kleiner. Daarnaast kunnen we met deze opzet makkelijker verschillende typen auto’s verwerken en de doorstroming verbeteren. Het is een investe-ring die echt gericht is op de lange termijn.’
 
Naast wassen speelt ook laden straks een rol op het terrein. Hoe ziet dat eruit?

‘We plaatsen drie snellaadpalen van 400 kW, goed voor zes laadplekken. Dat is fors, maar noodzake-lijk. Laden is een essentieel onderdeel van moderne mobiliteit. Tegelijkertijd lopen we, net als veel andere ondernemers, tegen netcongestie aan dus daarom werken we met accu-opslag om pieken op te vangen en toch voldoende capaciteit te hebben. Het is technisch complex en kostbaar, maar wel nodig om toekomstbestendig te zijn.’
 
‘In een stad als Rotterdam zou ik dit concept morgen willen neerzetten, maar daar heb je simpelweg de grond niet.’
 
Jullie spreken zelf over een ‘mobiliteitshub’. Wat bedoelen jullie daarmee?

‘Voor ons gaat mobiliteit verder dan tanken of wassen. Mensen willen gemak. Ze willen meerdere dingen in één bezoek kunnen combineren en daarom voegen we diensten toe die misschien niet direct met auto’s te maken hebben, maar wel logisch zijn op deze plek. Denk aan een grote statiegeldmachine, pakketwanden van verschillende vervoerders en straks ook een industriële wasma-chine voor bijvoorbeeld werkkleding, bootkussens of paardendekens.’
 
Is dat vooral een extra verdienmodel, of zit er een andere gedachte achter?

‘Eerlijk gezegd is het verdienmodel van sommige van die diensten beperkt. Een pakketwand levert finan-cieel niet veel op, maar het zorgt wel voor traffic. Mensen komen naar je terrein, en als ze er toch zijn, maken ze vaak ook gebruik van andere faciliteiten. Dat is de kruisbestuiving waar we op inzetten. Het draait om aantrekkingskracht en relevantie.’
 
Dat vraagt ook om voldoende ruimte. Hoe hebben jullie het terrein verder ingericht?

‘Door de herinrichting krijgen we er ongeveer 36 parkeerplekken bij. Die ruimte gebruiken we bewust niet alleen voor parkeren, maar als onderdeel van het totaalconcept. Daarnaast hebben we bestaande gebouwen een nieuwe functie gegeven. De oude wasstraat wordt nu gebruikt als opslag en ondersteunende ruimte voor het tankstation en ons hoofdkantoor. De voormalig hoofdwasstraat uit 1998 bouwen we om tot extra wasboxen en rol-lovers die geschikt zijn voor hogere voertuigen en busjes.’
 
Dat busjes wassen is een bewuste keuze?

‘Ja, absoluut. Auto’s worden gemiddeld steeds groter en hoger. Veel moderne SUV’s en busjes passen simpelweg niet meer in een standaard wasstraat. Daar zien we een duidelijke behoefte. Door wasboxen te creëren voor voertuigen tot bijna drie meter hoog, kunnen we een doelgroep bedienen die nu vaak nergens terechtkan.’
 
In het tankstation spelen ook foodconcepten een rol. Hoe belangrijk is dat in het geheel?

‘Heel belangrijk. We hebben hier onder andere verse broodjes, FEBO en een concept van Ron Blaauw. Dat zijn sterke namen die mensen aantrek-ken. Iemand kan hier komen voor een broodje, en denkt dan: ik kan meteen even tanken of mijn auto wassen. Of andersom. Alles versterkt elkaar.’
 
Is Aalsmeer daarmee een blauwdruk voor andere Loogman-locaties?

‘In zekere zin wel, maar elke locatie is anders. Niet elke plek heeft de ruimte of de mogelijkheden die we hier hebben. In een stad als Rotterdam zou ik dit concept morgen willen neerzetten, maar daar heb je simpelweg de grond niet. We kijken altijd per locatie wat logisch en haalbaar is. Sommige elementen, zoals een statiegeldmachine of pakket-wanden, zijn makkelijker te kopiëren dan een com-plete mobiliteitshub.’
 
Hoe bewaken jullie dat al die extra functies niet ten koste gaan van de kern: auto wassen?

‘Dat is een heel belangrijk punt. De wasstraat is en blijft de basis. Alles wat we toevoegen moet een aanvulling zijn, geen belemmering. Als extra diensten zorgen voor verkeersdrukte waardoor klanten de wasstraat niet meer goed kunnen bereiken, dan slaan we de plank mis. Dat houden we continu in de gaten.’
 
Jullie investeren fors bij Loogman. Waar zit volgens jullie de echte groei voor de komende jaren?

‘Die zit niet alleen in meer diensten, maar vooral in het beter kennen van je klant. We hebben een sterke focus op loyaliteit. Met ons Loogman Was-App-programma werken we met verschillende sta-tussen: hoe loyaler de klant, hoe beter de voorde-len. We hebben inmiddels zo’n 300.000 app-downloads. Dat geeft ons enorm veel inzicht.’
 
Wat doen jullie met die kennis?

‘We kunnen gerichter communiceren en klanten op het juiste moment verrassen. Denk aan acties na de winter, na een Sahara-zandperiode of bij bepaalde wasfrequenties. Het gaat niet om continu korting geven, maar om relevant zijn. We willen geen ‘Kruidvat-achtige’ kortingscultuur, maar waarde toevoegen.’
 
Hoe belangrijk is die persoonlijke relatie met de klant voor jullie?

‘Heel belangrijk. Veel mensen vinden het helemaal niet erg om een relatie op te bouwen met een merk waar ze vaak komen, zolang het eerlijk, duidelijk en comfortabel is. Als je doet wat je belooft en het gevoel geeft dat je de klant kent, dan werkt dat.’
 
Hoe ziet de toekomst van Loogman eruit, los van Aalsmeer?

‘We hebben nu negen locaties en de ambitie is om er gemiddeld één per jaar bij te krijgen, via nieuw-bouw of overnames. We zijn een familiebedrijf en willen dat ook blijven. Groei moet beheerst zijn en passen bij wie we zijn. Onze kracht zit in cultuur, betrokken medewerkers en het samen doen. Dat willen we vasthouden, ook als we verder groeien.’