24-04-2026
Upgrade je carwash of tankstation!
Lees verder
Geplaatst op: 24-04-2026
Op zijn 73e kijkt Ad Mesker met nuchterheid en mildheid terug op een leven vol lange dagen, scherpe beslissingen en persoonlijk verlies. Decennialang runde hij tankstations alsof het verleng-stukken van zichzelf waren. Vijf jaar na de verkoop vertelt hij hoe het begon, hoe hij ondernam en hoe hij opnieuw leerde leven.
Ad, hoe ben je ooit in de wereld van tankstations terechtgekomen?
‘Dat is niet begonnen met een groot plan. Ik zat in de techniek, sleutelde aan auto’s, werkte met mijn handen. Mijn vader zat ook in die wereld, dus dat voelde vertrouwd. Op een gegeven moment stond er in Schoonhoven een klein tankstation leeg. Al jaren. Niemand wilde het hebben. Dat was precies het moment dat ik dacht: dit is mijn kans. Niet omdat het zo mooi was, maar juist omdat iedereen het had afgeschreven.
Wat maakte dat jij er wél iets in zag?
‘Ik keek anders. Ik zag geen oud station, maar een plek waar mensen kwamen. Auto’s moesten tanken, olie moest worden gepeild, banden gecontroleerd. Als je dat eerlijk en netjes deed, dan kwamen mensen terug. Zo simpel was het voor mij. Ik wist ook: dit wordt geen luxe start. Ik moest 75.000 gulden betalen voor dat eerste station. Dat geld had ik niet zomaar liggen.’
Hoe kreeg je dat bedrag bij elkaar?
Met hangen en wurgen. Ik moest naar de bank, een plan maken, mezelf verkopen. Ik had nauwelijks zekerheden. Ik weet nog dat ik daar zat en dacht: als dit mislukt, heb ik echt een probleem. Maar ik kreeg het voor elkaar en ik kan me nog goed herin-neren dat ik op de dag dat het rondkwam mijn diploma om aan de slag te mogen als ondernemen ook binnen had. Achteraf was dat misschien wel het spannendste moment van mijn hele loopbaan.’
Hoe zag die eerste periode eruit?
‘Dat was buffelen. Alles zelf doen. Ik stond ’s och-tends vroeg op, reed vanuit Waddinxveen naar Schoonhoven en zorgde dat de boel open was. Olie verversen, benzine verkopen, klanten helpen, snoep verkopen, soms sleutelen aan auto’s. Er was geen personeel, geen luxe. Alleen jij en de zaak. Maar ik vond dat mooi. Je wist waar je het voor deed.’
Wanneer begon het echt te lopen? ‘
Langzaam. Het vertrouwen kwam stukje bij beetje. Mensen moesten weten dat ze niet werden opge-licht dus dat je eerlijk was. Dat je even meeging kijken als ze een probleem hadden. Op een gegeven moment kwam de klandizie vanzelf. Het was dan wel geen vetpot, maar het was stabiel en dat gaf ruimte om verder te denken.’
En toen kwam het tweede tankstation in beeld.
‘Ja in Bergambacht op een goede locatie. Dat was een hele andere stap. Groter, drukker, langs een belangrijke weg. Maar het ontwerp dat er lag, klopte niet. Het was te klein, verkeerd gepositio-neerd. Ik heb toen gezegd: zó begin ik er niet aan. Dat vonden ze lastig, want wie was ik om dat te zeggen? Texaco had immers altijd gelijk. Maar ja, ik hield voet bij stuk want ik wist dat het te klein zou zijn voor vrachtwagens. We hebben dat nog getest en toen reed die chauffeur opeens heel voorzichtig waarop ik tegen hem zei: als je zo elke dag zou rijden dan kan je twee klanten per dag doen.’ ‘Ik reed vanuit Waddinxveen naar Schoonhoven en zorgde dat de boel open was. diploma om aan de slag te mogen als ondernemen ook binnen had. Achteraf was dat misschien wel het spannendste moment van mijn hele loopbaan.’
‘Waarom was uitbreiden voor jou zo belangrijk?’
‘Omdat ik wist: als ik dit half doe, gaat het mis. Pas toen we die test deden met pionnen begrepen ze het. Uiteindelijk is het station groter gebouwd en dat was een gouden zet. Vanaf dag één liep het goed. Zonder die uitbreiding was ik nooit zo ver gekomen.’
Je had toen meerdere locaties. Hoe veranderde dat je rol?
‘Je wordt meer ondernemer en minder uitvoerder. Je moet loslaten, personeel vertrouwen. Maar ook controleren. Dat is geen wantrouwen, dat is verant-woordelijkheid. Je bent verantwoordelijk voor de zaak én voor de mensen die er werken.’
Wat voor werkgever was je?
‘Direct. Eerlijk. Ik hield niet van omwegen. Als iemand vond dat hij te weinig verdiende, dan zei ik: bel vijf collega’s. Als je minder krijgt dan collega’s, maak ik het goed. Zo niet, dan valt er te praten. Dat was duidelijk. Mensen wisten waar ze aan toe waren. En ik stond ook voor ze klaar als ze met iets zaten. Het grappige was dat ze me altijd meevroegen als ze een nieuwe auto gingen kopen want ik kan aardig onderhandelen. Dat scheelden hen zomaar 1000 gulden.’’
Hoe combineerde je dat met jouw leven thuis?
‘Dat ging prima, maar mijn vrouw werd heel ziek. Uiteindelijk ben ik haar verloren. Dat is iets waar ‘Je bent verantwoordelijk voor de zaak en de mensen die er werken’ geen enkel zakelijk succes tegenop kan. Dan valt je fundament weg want ik ben geen man om alleen te zijn. De zaak moest door, personeel rekende op je. Maar als je ’s avonds thuiskomt en het is stil, dan komt het binnen. Dat was misschien wel zwaarder dan de stress van het ondernemen.’
En toch kwam er later weer iemand in je leven.
‘Ja, heel onverwacht. In een café kwam ik haar al tegen, maar toen was het nog niet het moment. Een jaar laten kwam ik haar op die plek weer tegen en we zeiden allebei: ken je mij nog? Dat soort momenten kan je niet afdwingen. Het klikte meteen. We zijn inmiddels al jaren samen en ze heeft me weer geleerd om te genieten, om niet altijd bezig te zijn met morgen. Het is ook niet zo ingewikkeld: met zijn tweeën is alles veel leuker. Samen reizen, met de caravan. Dingen doen zonder haast. Dat kende ik niet. Ik leefde altijd vooruit. Nu leef ik meer in het moment.’
Toch kende je ook zware momenten in het werk?
‘Zeker. Overvallen bijvoorbeeld. Dat hoort helaas bij de branche. Dat doet wat met je veiligheidsgevoel. Je gaat nadenken over maatregelen, over perso-neel beschermen. Dat zijn beslissingen die je liever niet neemt, maar moet nemen.’
En financieel?
‘De marges werden steeds dunner. Brandstof levert weinig op. Je moest het hebben van de shop, de wasstraat. Op een gegeven moment was ik de duurste van Zuid-Holland qua brandstof. Dan weet je: dit houdt een keer op. De sector veranderde. Groter, zakelijker, minder persoonlijk.’
‘Was dat het moment dat je besloot te stoppen?’
‘Het speelde mee. Ik voelde dat ik er klaar mee was. Niet omdat ik het niet meer kon, maar omdat ik het niet meer wilde. In 2018 heb ik verkocht en dat was een rationele beslissing, maar emotioneel lastig. Het was mijn levenswerk. Het voelde dubbel. Leegte, maar ook opluchting. Geen verplichtingen meer, geen constante druk. Ik verkocht ook mijn huis en ging kleiner wonen. Dat paste bij die fase.’
Hoe ziet je leven er nu uit?
‘Goed. Ik ben gezond, heb een fijne relatie, reis veel. We gaan graag naar de Canarische Eilanden, maar ook gewoon naar Zeeland met de caravan. Dat zijn dingen waar ik vroeger geen tijd voor had. Het contact met mensen mis ik soms wel want je kende iedereen. Dat persoonlijke mis ik wel eens. Maar ik hoef niet terug. Deze fase past beter.’
Als je terugkijkt, wat typeert jouw manier van ondernemen?
‘Hard werken, eerlijk zijn en vooruit durven kijken. Niet bang zijn om nee te zeggen. En altijd mensen centraal zetten. Zonder mensen ben je niks. Ja. Met alles erop en eraan. Het was mijn leven. En ik heb er uiteindelijk een mooi leven aan overgehouden. Meer kan je niet wensen.’