Geplaatst op: 20-07-2026

‘Tankstationondernemers moeten hun verhaal wat beter vertellen’

Voor veel tankstationondernemers voelt het alsof ze tegelijkertijd meerdere stormen moeten trotseren. De accijnzen behoren tot de hoogste van Europa, klanten steken massaal de grens over om goedkoper te tanken, elektrische mobiliteit verandert het speelveld en ondertussen neemt de druk vanuit gemeenten en regelgeving verder toe. Toch lijken de zorgen van ondernemers in Den Haag niet altijd even goed door te dringen. Henk Vermeer, medeoprichter van de BoerBurgerBeweging (BBB) en Tweede Kamerlid met energie in zijn portefeuille, volgt die ontwikkelingen op de voet. En als oud eigenaar van een communicatiebureau heeft hij ook nog wat PR-advies.

 

Jij spreekt veel ondernemers. Welke zorgen hoort u momenteel het meest bij tankstationhouders?

‘Er speelt eigenlijk van alles tegelijk. Vaak wordt alleen gekeken naar de discussie over brandstoffen of elektrisch rijden, maar voor ondernemers komt er veel meer samen. Je ziet bijvoorbeeld dat woningbouwplannen de uitbreidingsmogelijkheden van tankstations beperken. Gemeenten willen soms dat een locatie verdwijnt, maar bieden niet altijd een goed alternatief en daarnaast spelen discussies rond verzorgingsplaatsen, de opkomst van nieuwe aanbieders van laadvoorzieningen en de vraag wie straks welke plek krijgt in de energiemarkt. Daar komt de energietransitie nog bovenop. Die brengt kansen, maar ook veel onzekerheid en dan hebben we natuurlijk nog de grensproblematiek. Nederland heeft ruim twaalfhonderd kilometer grensgebied. Wat daar gebeurt, raakt een enorme groep ondernemers. Als je alles bij elkaar optelt, ontstaat er een stapeling van problemen. Veel ondernemers staan daardoor voor een belangrijke vraag: hoe ziet mijn toekomst eruit en wil ik hier nog jarenlang mee doorgaan?’ 

 

 

Is die onzekerheid groter geworden dan een paar jaar geleden?

‘Dat denk ik wel. Er komen steeds nieuwe factoren bij zoals milieuzones. Als bepaalde voertuigen een gebied niet meer in mogen, heeft dat uiteindelijk invloed op het aantal klanten dat een ondernemer ontvangt. Daarnaast hebben de hoge brandstofprijzen de overstap naar elektrische auto’s versneld en dat heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de hoeveelheid brandstof die verkocht wordt.’  

 

 

Kunnen ondernemers vanuit de politiek op meer rust rekenen?

‘Eerlijk gezegd vind ik dat lastig om te beloven. Wij doen – eerder als regeringspartij en nu als oppositie – voorstellen om maatregelen te verzachten, zaken uit te stellen of de transitie in een rustiger tempo te laten verlopen, maar in de Tweede Kamer zien wij daar meestal geen meerderheid voor. Zowel binnen het kabinet als bij een deel van de oppositie ligt de focus sterk op het terugdringen van fossiele brandstoffen. Dat doel op zichzelf begrijp ik, maar wij vinden wij dat je daarbij ook moet kijken naar de gevolgen voor ondernemers en burgers. Wij pleiten voor een transitie en niet voor een revolutie waarbij mensen of bedrijven slachtoffer worden van de snelheid waarmee veranderingen worden doorgevoerd.’ 

 

 

Wat betekent dat voor ondernemers die willen investeren in de toekomst?

‘Dat maakt het ingewikkeld want ondernemers hebben behoefte aan voorspelbaarheid.  Wat je ziet, is dat veel ondernemers al volop bezig zijn met verandering. Het beeld dat tankstationhouders alleen maar vasthouden aan het verleden klopt niet. Veel bedrijven investeren stap voor stap in nieuwe activiteiten; ze verschuiven geleidelijk van een situatie waarin brandstof het grootste deel van de omzet bepaalt naar een veel bredere dienstverlening.’  

 

 

Toch lijkt dat beeld niet altijd door te dringen in Den Haag.

‘Nee, en dat vind ik misschien wel het meest zorgelijke. Er bestaat soms een beeld dat innovatie uitsluitend afkomstig is van startups en nieuwe bedrijven terwijl veel vernieuwing juist uit bestaande sectoren komt. Ondernemers die jarenlang actief zijn geweest in traditionele markten investeren juist volop in nieuwe oplossingen, maar zodra ergens het label ‘fossiel’ op wordt geplakt, lijkt het gesprek soms te stoppen. Dan wordt niet meer gekeken naar de innovaties die daaruit voortkomen of naar de rol die deze ondernemers spelen in de overgang naar een nieuw systeem. Dat vind ik niet realistisch.’ 

 

 

Wat zouden ondernemers zelf beter kunnen doen?

‘Hun verhaal beter vertellen. Ik zie dat ondernemers vaak naar buiten treden wanneer er een probleem ontstaat, maar veel minder zichtbaar is wat ze allemaal al doen om te veranderen. Laat zien hoe een tankstation de afgelopen twintig jaar veranderd is, welke investeringen er zijn gedaan. En leg uit welke maatschappelijke functie zo’n locatie tegenwoordig heeft. Veel ondernemers zijn daar dagelijks mee bezig, maar vertellen het niet.’ 

 

 

Waarom is dat zo belangrijk?

Omdat kennis leidt tot begrip. Wij gebruikten vroeger in de communicatie (Vermeer had een communicatiebureau, red.) een eenvoudige gedachte: zonder kennis geen begrip, zonder begrip geen draagvlak en zonder draagvlak geen bestaansrecht. Op dit moment ontbreekt bij veel mensen de kennis over wat een tankstation tegenwoordig eigenlijk is. Men denkt aan een pomp en een kassa, maar de werkelijkheid is veel breder. Op veel locaties kun je pakketjes ophalen, boodschappen doen, bloemen kopen, koffie drinken of gebruikmaken van allerlei andere voorzieningen. Dat verhaal wordt te weinig verteld.’ 

 

 

Een ander groot onderwerp is het tanken over de grens. Wat kunt je daar als Kamerlid aan doen?

Dat blijft ingewikkeld. Het probleem zit voor een belangrijk deel in de manier waarop de overheid rekent. Wanneer wij voorstellen doen om accijnzen te verlagen, wordt direct gekeken naar wat dat kost. Dat bedrag loopt snel op tot honderden miljoenen of zelfs miljarden euro’s, maar veel minder aandacht is er voor de vraag wat niets doen kost. Als automobilisten massaal in België of Duitsland gaan tanken, loopt de Nederlandse schatkist immers ook inkomsten mis. Alleen wordt dat effect veel minder zichtbaar gemaakt.’ 

 

 

Wordt die schade onderschat?

‘Ik denk van wel. We zien inmiddels dat de accijnsopbrengsten onder druk staan en toch wordt dat vaak behandeld als een tegenvaller die ergens anders gecompenseerd moet worden. Wat mij stoort, is dat het soms wordt gepresenteerd alsof het een soort natuurverschijnsel is. Alsof het ons gewoon overkomt, maar het verschil met de buurlanden is uiteindelijk het gevolg van politieke keuzes. En zodra mensen eenmaal gewend raken aan goedkoper tanken over de grens, blijft dat gedrag vaak bestaan. Ook als het prijsverschil later kleiner wordt.’ 

 

Dus het gaat niet alleen om euro’s?

‘Nee, ook om psychologie. Als mensen jarenlang horen dat brandstof in Duitsland goedkoper is, blijft dat beeld hangen. Soms moet je daarom ook iets symbolisch doen. Niet alleen vanwege het directe financiële effect, maar ook om te laten zien dat je het probleem serieus neemt. Dat speelt een grotere rol dan veel mensen denken.’ 

 

Welke toekomst ziet je voor tankstations?

‘Ik denk dat diversificatie de sleutel is. Ondernemers moeten zichzelf afvragen waar ze goed in zijn en waar ze energie van krijgen. Niet iedereen wil een uitgebreide horecalocatie worden of pakketdiensten aanbieden. Dat hoeft ook niet, maar je moet wel nadenken over je rol in de toekomst. Welke dienstverlening past bij jouw locatie? Welke nieuwe functies kun je toevoegen? Hoe kun je inspelen op veranderingen in mobiliteit en energie?’ 

 

 

Sommige ondernemers hopen nog op een toekomst voor alternatieve brandstoffen zoals waterstof. Hoe kijk je daarnaar?

‘Ik verwacht dat elektriciteit dominant wordt. Waterstof zie ik vooral voor zwaar transport en specifieke toepassingen dus dat zal waarschijnlijk een nichemarkt blijven. Maar ook dan blijft er ruimte voor ondernemers die kansen zien.  Veel familiebedrijven hebben bijvoorbeeld ervaring met transities, ze zijn ooit begonnen als kolenhandelaar, daarna overstapten naar olie en hebben vervolgens weer nieuwe ontwikkelingen hebben omarmd. Aanpassingsvermogen zit vaak al in het DNA van deze bedrijven.’ 

 

 

Wat zou jouw advies zijn aan Drive en andere belangenbehartigers?

‘Blijven uitleggen. Blijven vertellen tegen welke problemen ondernemers aanlopen en waar de politiek invloed op heeft, maar doe dat wel slim. Je kunt niet elke dag dezelfde boodschap herhalen dus je moet kijken wanneer een onderwerp op de politieke agenda staat en zorgen dat je op dat moment zichtbaar bent.’ 

 

 

En na zo’n debat over prijzen aan de pomp?

Dan begint het eigenlijk pas. Analyseer wat er gezegd is, welke argumenten sloegen aan en welke niet? Veel organisaties richten zich op het debat zelf, maar vergeten de evaluatie achteraf. Juist daar kun je leren hoe de politiek denkt en waar openingen ontstaan. Daarnaast is het belangrijk om niet alleen problemen te benoemen dus kom ook met oplossingen. Laat zien welke regelgeving in de weg zit en hoe het anders kan.’ 

 

 

Tot slot: ben jij optimistisch over de sector?

‘Ja, ondanks alle uitdagingen wel. Ik zie veel ondernemers die vooruit willen, die nadenken over nieuwe verdienmodellen. Die investeren in de toekomst terwijl ze tegelijkertijd hun bestaande bedrijf draaiende houden. Maar als ik één ding heb geleerd, is het dat ondernemers vaak veel veerkrachtiger zijn dan beleidsmakers denken. De sector staat voor grote veranderingen, maar juist ondernemers hebben vaker bewezen dat ze zich kunnen aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid. Dat geeft mij vertrouwen voor de toekomst.’