07-09-2026
Stilstaan is geen optie
Lees verder
Geplaatst op: 07-09-2026
Een meterkast was voor een tankstationondernemer lange tijd vooral een technische voorziening waar hij zich nauwelijks mee hoefde bezig te houden. Zolang de verlichting brandde, de pompen werkten en de koelingen bleven draaien, was er weinig reden om de deur van de kast te openen. Die tijd is definitief voorbij. Door de komst van laadpalen, zonnepanelen, batterijen en andere elektrische toepassingen groeit de meterkast uit tot het zenuwcentrum van het moderne tankstation.
Dat merkt ook Ferd Geerlings, mede-eigenaar van Tankstation Reuver. Een aanpassing die aanvankelijk overzichtelijk leek, mondde uit in een ingrijpende en kostbare vernieuwing van vrijwel de volledige elektrische installatie. Geerlings heeft op zijn locatie niet alleen een tankstation, maar ook zonnebanken. Daarnaast liggen er 254 zonnepanelen op het dak en is er een batterij geplaatst. Al die onderdelen hebben hun eigen elektrische vraag of leveren juist stroom terug. Daardoor ontstond in de loop van de jaren een steeds ingewikkelder systeem van verschillende meterkasten, aansluitingen, omvormers, schakelaars en beveiligingen. ‘Van het een kwam het ander’, vertelt Geerlings. ‘We hadden meerdere meterkasten, waarbij de ene kast weer andere onderdelen aanstuurde. Door de zonnepanelen en de batterij werd het systeem steeds uitgebreider. Op een gegeven moment bleek dat je niet meer met een kleine aanpassing klaar was.’
De directe aanleiding om de installatie grondig onder de loep te nemen, was een keuring in opdracht van de verzekeraar. Een oudere meterkast werd daarbij afgekeurd. De vervanging daarvan liet enige tijd op zich wachten, mede omdat gespecialiseerde elektriciens bijzonder druk zijn. Toen de nieuwe kast uiteindelijk was geplaatst, bleek ook die niet direct aan alle vereisten te voldoen. Bij een verzwaring van de aansluiting was een hoofdschakelaar geplaatst die niet aansloot bij het vermogen dat op de installatie stond vermeld. Dat lijkt misschien een administratief detail, maar voor een inspecteur en verzekeraar is het essentieel dat de installatie, de beveiliging en de bijbehorende aanduidingen volledig met elkaar overeenkomen.
‘Op de sticker stond een ander amperage dan de schakelaar aankon’, zegt Geerlings. ‘Dan wordt de installatie dus niet goedgekeurd. Je kunt zo’n sticker natuurlijk niet zomaar verwijderen en doen alsof het probleem niet bestaat. Uiteindelijk moet het technisch gewoon kloppen.’ Daar kwam bij dat er inmiddels een batterij aan het systeem was toegevoegd. Een installatie die ooit voor een veel eenvoudiger energiehuishouding was aangelegd, moest daardoor steeds meer vermogen verwerken en verschillende energiestromen aansturen. De conclusie van een specialist was uiteindelijk duidelijk: niet opnieuw een onderdeel vervangen, maar de oude situatie volledig opruimen en één nieuwe, overzichtelijke installatie bouwen.
‘Op de sticker stond een ander amperage dan de schakelaar aankon’, zegt Geerlings. ‘Dan wordt de installatie dus niet goedgekeurd. Je kunt zo’n sticker natuurlijk niet zomaar verwijderen en doen alsof het probleem niet bestaat. Uiteindelijk moet het technisch gewoon kloppen.’ Daar kwam bij dat er inmiddels een batterij aan het systeem was toegevoegd. Een installatie die ooit voor een veel eenvoudiger energiehuishouding was aangelegd, moest daardoor steeds meer vermogen verwerken en verschillende energiestromen aansturen. De conclusie van een specialist was uiteindelijk duidelijk: niet opnieuw een onderdeel vervangen, maar de oude situatie volledig opruimen en één nieuwe, overzichtelijke installatie bouwen.
Volgens Sjoerd van Gelder van Techniek Nederland is de ervaring in Reuver kenmerkend voor de manier waarop veel bedrijven hun energievoorziening de afgelopen jaren hebben uitgebreid. Eerst kwamen er zonnepanelen, daarna laadpunten en vervolgens mogelijk een batterij. Ieder onderdeel werd afzonderlijk aangeschaft en aangesloten, terwijl het totale energiesysteem niet altijd het uitgangspunt was. ‘Je moet voorkomen dat je alleen maar producten op elkaar stapelt’, zegt Van Gelder. ‘Een ondernemer wil zonnepanelen en krijgt een zonne-installatie. Vervolgens wil hij een batterij en wordt er een batterij bijgeplaatst. Daarna komen de laadpalen. Maar de belangrijkste vraag is wat je uiteindelijk met al die energie wilt doen en hoe alle onderdelen met elkaar samenwerken.’
Van Gelder maakt daarbij onderscheid tussen productverkopers en systeemdenkers. Een productverkoper richt zich vooral op het installeren van een specifieke oplossing. Een systeemdenker kijkt eerst naar het totale verbruiksprofiel van het bedrijf. Wanneer ontstaat de grootste vraag naar stroom? Wanneer produceren de zonnepanelen het meest? Hoeveel vermogen kan de bestaande aansluiting leveren? En welke processen kunnen eventueel worden verschoven naar een ander moment?
Bij een tankstation wordt die manier van denken steeds belangrijker. Elektrische auto’s zorgen namelijk voor grote vermogenspieken. De ondernemer weet vooraf niet altijd precies wanneer meerdere voertuigen tegelijk willen laden. Tegelijkertijd produceren zonnepanelen vooral overdag stroom, terwijl het verbruik zich niet noodzakelijk op hetzelfde moment voordoet. ‘De vraag is niet hoe je zo snel mogelijk een laadpaal op het terrein krijgt’, legt Van Gelder uit. ‘De vraag is hoe je ervoor zorgt dat de auto’s op de drukke momenten daadwerkelijk kunnen worden geladen. Daarvoor moet je het energieprofiel van de hele locatie kennen.’
Een energiemanagementsysteem kan daarbij helpen. Zo’n systeem registreert hoeveel elektriciteit een locatie opwekt en verbruikt. Vervolgens kan het bepalen wanneer een batterij moet worden opgeladen, hoeveel vermogen naar laadpunten mag gaan en welke bedrijfsprocessen tijdelijk minder stroom kunnen gebruiken. Daarmee kan een ondernemer soms uitbreiden zonder dat de netaansluiting direct hoeft te worden verzwaard. Dat is volgens Van Gelder een belangrijk inzicht in een tijd waarin op veel plaatsen netcongestie is afgekondigd. Een grotere aansluiting is lang niet altijd snel beschikbaar. Ondernemers moeten daarom nauwkeuriger kijken naar het vermogen dat ze al hebben. ‘Vroeger was de reactie vaak heel eenvoudig: meer vermogen nodig, dus een grotere aansluiting aanvragen. Die tijd is voorbij. Nu moet je eerst bekijken hoe je de bestaande capaciteit slimmer kunt benutten.’
Volgens Sjoerd van Gelder van Techniek Nederland is de ervaring in Reuver kenmerkend voor de manier waarop veel bedrijven hun energievoorziening de afgelopen jaren hebben uitgebreid. Eerst kwamen er zonnepanelen, daarna laadpunten en vervolgens mogelijk een batterij. Ieder onderdeel werd afzonderlijk aangeschaft en aangesloten, terwijl het totale energiesysteem niet altijd het uitgangspunt was. ‘Je moet voorkomen dat je alleen maar producten op elkaar stapelt’, zegt Van Gelder. ‘Een ondernemer wil zonnepanelen en krijgt een zonne-installatie. Vervolgens wil hij een batterij en wordt er een batterij bijgeplaatst. Daarna komen de laadpalen. Maar de belangrijkste vraag is wat je uiteindelijk met al die energie wilt doen en hoe alle onderdelen met elkaar samenwerken.’
Van Gelder maakt daarbij onderscheid tussen productverkopers en systeemdenkers. Een productverkoper richt zich vooral op het installeren van een specifieke oplossing. Een systeemdenker kijkt eerst naar het totale verbruiksprofiel van het bedrijf. Wanneer ontstaat de grootste vraag naar stroom? Wanneer produceren de zonnepanelen het meest? Hoeveel vermogen kan de bestaande aansluiting leveren? En welke processen kunnen eventueel worden verschoven naar een ander moment?
Bij een tankstation wordt die manier van denken steeds belangrijker. Elektrische auto’s zorgen namelijk voor grote vermogenspieken. De ondernemer weet vooraf niet altijd precies wanneer meerdere voertuigen tegelijk willen laden. Tegelijkertijd produceren zonnepanelen vooral overdag stroom, terwijl het verbruik zich niet noodzakelijk op hetzelfde moment voordoet. ‘De vraag is niet hoe je zo snel mogelijk een laadpaal op het terrein krijgt’, legt Van Gelder uit. ‘De vraag is hoe je ervoor zorgt dat de auto’s op de drukke momenten daadwerkelijk kunnen worden geladen. Daarvoor moet je het energieprofiel van de hele locatie kennen.’
Een energiemanagementsysteem kan daarbij helpen. Zo’n systeem registreert hoeveel elektriciteit een locatie opwekt en verbruikt. Vervolgens kan het bepalen wanneer een batterij moet worden opgeladen, hoeveel vermogen naar laadpunten mag gaan en welke bedrijfsprocessen tijdelijk minder stroom kunnen gebruiken. Daarmee kan een ondernemer soms uitbreiden zonder dat de netaansluiting direct hoeft te worden verzwaard. Dat is volgens Van Gelder een belangrijk inzicht in een tijd waarin op veel plaatsen netcongestie is afgekondigd. Een grotere aansluiting is lang niet altijd snel beschikbaar. Ondernemers moeten daarom nauwkeuriger kijken naar het vermogen dat ze al hebben. ‘Vroeger was de reactie vaak heel eenvoudig: meer vermogen nodig, dus een grotere aansluiting aanvragen. Die tijd is voorbij. Nu moet je eerst bekijken hoe je de bestaande capaciteit slimmer kunt benutten.’