11-05-2026
Meet-up op de Maasvlakte
Lees verder
Geplaatst op: 11-05-2026
Rond het jaar 2000 lag de toekomst van Jochen van der Voort nog volledig open. Na zijn studie marketingmanagement, deels afgerond in de Verenigde Staten, had hij niet het idee om direct het familiebedrijf in te stappen. Integendeel: hij wilde juist ontdekken wat er buiten die vertrouwde wereld lag. Het plan was om eerst ervaring op te doen, andere sectoren te verkennen en pas daarna te zien waar hij echt op zijn plek zou zijn.
Maar de praktijk liep anders. ‘Ik heb echt overal gesolliciteerd, van links naar rechts, maar ik kwam nergens aan de bak.’ Hij liep tegen een herkenbaar probleem aan: voor sommige functies was hij te theoretisch opgeleid, voor andere miste hij ervaring. Het gevolg was dat de buitenwereld minder toegankelijk bleek dan verwacht. Uiteindelijk kwam hij uit bij de plek die hij het beste kende: het tankstation van zijn familie dat onder de naam ‘Zwart’s Witte Pompen’ een begrip werd in Osdorp en in 2000 verhuisde naar Amsterdam. Jochen kende niets anders dan het bedrijf dat werd gerund door zijn moeder en stiefvader. Zijn moeder was altijd van de administratie en dat soort zaken terwijl zijn vader niets anders deed dan met klanten omgaan.
Aan de slag dus. Die stap voelde in eerste instantie niet als een bewuste keuze voor de toekomst, maar eerder als een praktische oplossing. ‘Ik ben in de wasstraat begonnen. Dat vond ik eigenlijk het leukste: gewoon bezig zijn.’ Geen managementrol, geen strategie, maar gewoon werken. Auto’s wassen, klanten helpen, meedraaien in het ritme van de dag. Hij leerde het bedrijf kennen zoals het echt functioneerde en in die periode dacht hij nog niet na over opvolging. ‘Ik zat er gewoon in, maar ik dacht nog helemaal niet: dit ga ik later doen.’ Het idee dat hij ooit het familiebedrijf zou leiden, was nog ver weg. Toch werd in die jaren de basis gelegd voor wat later zou volgen.
De echte kanteling kwam toen hij de kans kreeg om een tweede vestiging te draaien in Almere. Voor Jochen voelde dat als een stap vooruit, een kans om zichzelf te bewijzen. Voor zijn ouders was het meer dan dat. Het was een manier om te zien of hij klaar was voor het grotere werk. ‘Achteraf heb ik pas begrepen dat het een test was om te kijken of ik er klaar voor was.’ In Almere stond hij er voor het eerst echt alleen voor. Hij kreeg te maken met personeel, met verantwoordelijkheid, met keuzes die direct gevolgen hadden. ‘Ik had nog niet echt met personeel gewerkt en dat kreeg ik daar meteen volop.’ Die overgang was intens. Waar hij eerder vooral uitvoerend bezig was, moest hij nu sturen, beslissen en leidinggeven.
Het ging niet zonder hobbels. ‘In het begin was ik best onzeker en vond ik het allemaal lastig.’ Maar juist die fase bleek cruciaal. Hij leerde hoe mensen reageren, hoe teams functioneren en hoe belangrijk het is om vertrouwen op te bouwen. Langzaam groeide zijn zelfvertrouwen. Waar hij eerst zoekende was, ontstond gaandeweg een eigen stijl. Toen de vestiging in Almere na ongeveer twee jaar stopte, kwam hij terug naar Amsterdam met een andere houding. Volwassener, zekerder en klaar voor een volgende stap.
‘Mijn ouders vonden dat ik echt gegroeid was.’ Zij zagen het en hij begon het zelf ook te voelen. De overname van het familiebedrijf kwam steeds dichterbij, al gebeurde dat zonder grote aankondiging. Het proces was geleidelijk, bijna vanzelfsprekend. In januari 2013 werd het officieel: Jochen nam Tankstation Zwart over. Toch voelde dat moment minder groot dan je zou verwachten. ‘Op papier was ik eigenaar, maar eigenlijk bleef alles nog even hetzelfde.’ Zijn moeder bleef betrokken bij de administratie en zijn stiefvader liep nog dagelijks rond. ‘Het is heel geleidelijk overgegaan, en dat vond ik wel prettig.’ Die geleidelijke overgang gaf hem ruimte om te groeien in zijn rol. Hij hoefde niet alles ineens anders te doen, maar kon stap voor stap zijn eigen accenten leggen en dat deed hij ook.
‘Ik doe eigenlijk alles een beetje op gevoel.’ Die zin typeert zijn manier van ondernemen. Waar anderen werken met uitgebreide plannen en analyses, vertrouwt Jochen sterk op intuïtie. Hij kijkt, observeert en handelt. ‘Ik zie iets ergens en denk: dat is leuk, dat wil ik ook. Zijn eerste grote stap was de overstap van BP naar Shell. Daarna volgden investeringen die het bedrijf langzaam transformeerden. Nieuwe pompen, een uitgebreidere wasstraat, extra wasboxen en stofzuigplekken. Maar ook verrassende toevoegingen, zoals een speeltuin, wasmachines en een flessenautomaat. Elementen die het tankstation breder maakten dan alleen een plek om te tanken.
Die verbreding was geen toeval, maar ook geen strak plan. Het ontstond gaandeweg. Ideeën kwamen voort uit wat hij zag bij andere locaties, uit gesprekken, uit observatie. Hij werkt niet met uitgebreide analyses of lange voorbereidingstrajecten, maar handelt snel als iets goed voelt. Ook grotere beslissingen, zoals het investeren in een nieuw transformatorhuis, nam hij tegen advies in, puur op basis van zijn overtuiging dat de toekomst meer stroomcapaciteit zou vragen. Zijn manier van werken is daarmee pragmatisch: observeren, inschatten en doen.
Tegelijkertijd is zijn intuïtie niet alleen gericht op omzet, maar ook op het verbeteren van de dagelijkse praktijk. De plaatsing van een flessenautomaat kwam bijvoorbeeld voort uit irritatie over overlast op het terrein, niet vanuit een verdienmodel. Diezelfde aanpak zie je terug in kleinere initiatieven, zoals ideeën om personeel te motiveren of nieuwe diensten uit te proberen. Niet alles werkt, zoals een experiment met telefoonreparaties liet zien, maar dat hoort volgens hem bij ondernemen. Juist door te blijven proberen en bij te sturen, houdt hij het bedrijf in beweging.
‘Ik heb ook wel eens gehad dat ik te veel tegelijk deed en dacht: oei, dat wordt even krap.’ Hij erkent dat zijn manier van werken niet zonder risico is, maar tegelijkertijd heeft het hem veel gebracht. Veel van zijn ideeën sloegen aan en zorgden voor nieuwe inkomstenstromen. Een goed voorbeeld daarvan is zijn investering in energievoorziening. ‘Iedereen zei: niet doen, veel te duur. Maar ik dacht: we gaan straks meer stroom nodig hebben.’ Tegen het advies van anderen in besloot hij een nieuw transformatorhuis te plaatsen. Een beslissing die achteraf gezien vooruitstrevend bleek, zeker met de opkomst van elektrisch laden.
Die combinatie van intuïtie en vooruitdenken heeft het bedrijf gevormd tot wat het nu is: een veelzijdige locatie die meebeweegt met de tijd. Ondertussen staat de tankstationbranche onder druk. Elektrificatie, veranderend gedrag van consumenten en strengere regelgeving zorgen ervoor dat het traditionele model niet meer vanzelfsprekend is. Volgens Jochen ligt de toekomst in een combinatie van functies. ‘Ik denk dat het een mix gaat worden van alles.’
Brandstoffen verdwijnen niet direct, maar elektrisch laden groeit. Tegelijkertijd worden aanvullende diensten steeds belangrijker. ‘Als je alleen tanken en sigaretten hebt, dan wordt het heel zwaar.’ Zijn eigen strategie sluit daarop aan: spreiden, verbreden, blijven investeren. Maar zelfs dat is geen garantie voor continuïteit. ‘Je hebt de kans dat je je bedrijf kwijt raakt, terwijl je daar niet zelf voor kiest.’ Tankstation Zwart staat op de lijst van de gemeente Amsterdam met locaties die mogelijk verdwijnen. In het kader van verduurzaming en herinrichting wordt gekeken naar het aantal tankstations in de stad. Voor Jochen betekent dat een nieuwe realiteit. Niet de markt, maar de omgeving bepaalt ineens de toekomst van zijn bedrijf. ‘Dat is gewoon heel zuur.’ Hij is al langere tijd in gesprek met de gemeente, probeert duidelijkheid te krijgen over wat er gaat gebeuren en onder welke voorwaarden. Maar zekerheid is er niet. En dat maakt ondernemen complex. ‘Je gaat niet miljoenen investeren als je niet weet of je kunt blijven.’
Toch blijft hij vooruit kijken. Niet alleen binnen het tankstation, maar ook daarbuiten. ‘Je weet het nooit. Als er iets voorbij komt, zeg ik niet nee.’ Hij denkt na over alternatieven, over nieuwe kansen. Een extra wasstraat, vastgoed, misschien zelfs iets totaal anders zoals een padelbaan. Wat daarin opvalt, is dat zijn ondernemerschap niet gebonden is aan één branche. Het zit in de manier van denken. In het zien van kansen, het durven proberen en het bouwen van iets nieuws. ‘Ik vind het gewoon leuk om iets op te zetten en mensen te ontvangen.’
Daarmee verschuift zijn verhaal van continuïteit naar flexibiliteit. Waar drie generaties het familiebedrijf hebben opgebouwd, lijkt hij de laatste in die lijn. Zijn kinderen hebben niet de ambitie om het over te nemen. ‘Het is jammer, maar het is ook wat het is.’ Wat blijft, is een ondernemer die zich telkens opnieuw uitvindt. Van een jonge man die iets anders wilde, naar iemand die het familiebedrijf nieuw leven gaf. En nu iemand die opnieuw moet nadenken over de toekomst. Of dat nog aan de Ookmeerweg is, of ergens anders, staat nog niet vast. Maar dat Jochen van der Voort blijft ondernemen, lijkt zeker.